Tot welke generatie behoor jij?
Het lijkt tegenwoordig een belangrijke vraag. Babyboomer, Generatie X, Millennial, Generatie Z. We plakken graag labels op elkaar. Alsof een geboortejaar meteen vertelt wie je bent, hoe je denkt en wat je van de wereld vindt. Hoe ouder ik word, hoe meer ik eraan twijfel.
Die twijfel begon eigenlijk toen een vriendin van 82 mij een boek gaf over generaties. Volgens de stereotype beschrijvingen zou zij moeite moeten hebben met veranderingen, geen idee hebben wat er in de wereld speelt en vooral terugverlangen naar vroeger. In werkelijkheid was zij degene die mij aan het denken zette over de toekomst.
Dat was het moment waarop ik dacht: misschien zijn generatiehokjes niet altijd zo betrouwbaar als we denken.
Opgroeien tussen verschillende werelden
Ik groeide op in Nederland. Tenminste, fysiek dan. Veel van de waarden die ik meekreeg kwamen niet zozeer uit Nederland, maar uit de cultuur waarin mijn ouders waren opgegroeid. Respect voor ouderen, verantwoordelijkheid nemen en rekening houden met de familie waren vanzelfsprekend.
Op school leerde ik zelfstandig te zijn, in een Nederlandse samenleving waarin vrijheid, zelfstandigheid en persoonlijke keuzes belangrijke waarden waren. Achteraf zie ik dat ik voortdurend tussen die twee werelden bewoog zonder dat ik mij daar als kind bewust van was.
Mijn herinneringen aan Suriname zijn gevuld met regenbuien waarin we buiten speelden zonder ons druk te maken over natte kleren en vieze voeten. Als het regende, renden we juist naar buiten.
In Nederland leek regen vooral iets waartegen je beschermd moest worden. Daar gingen de capuchons omhoog, de paraplu’s open en werden kinderen naar binnen geroepen. Niet beter of slechter. Maar anders. Niet iedereen zag regen als een uitnodiging.
Mijn generatie? Welke bedoel je?
Mijn jeugd werd niet alleen gevormd door het Nederland van de jaren zeventig en tachtig. Ook de cultuur van mijn ouders, de verhalen die ik hoorde, de band met Suriname en de Indiase tradities maakten mij tot wie ik werd. Dat is precies waarom ik soms moeite heb met generatie-indelingen.
Want ben ik dan vooral een Generatie X’er? Of ben ik ook een kind van Surinaamse verhalen, Hindostaanse waarden, Nederlandse scholen en tropische regenbuien?
Dat laatste voelt eerlijk gezegd dichter bij de waarheid. Als ik eerlijk ben, voel ik mij minder een Generatie X’er dan iemand die is gevormd door twee landen, verschillende culturen, familieverhalen en herinneringen die zich niet in een generatiehokje laten vangen.
Wat de ondernemer in mij ziet
Als ondernemer in Suriname kijk ik misschien ook anders naar generaties dan veel boeken beschrijven. Ik zie dagelijks mensen van verschillende leeftijden samenwerken. En eerlijk gezegd houden ze zich lang niet altijd aan de regels van hun generatie.
Soms heb ik meer aan een medewerker van zestig die nieuwsgierig blijft, wil leren en openstaat voor verandering dan aan iemand die dertig jaar jonger is. En soms verrast juist een jonge medewerker mij met een idee waarvan ik denk: waarom heb ik dat zelf niet bedacht? Daardoor ben ik voorzichtig geworden met uitspraken over generaties. Leeftijd vertelt slechts een klein deel van het verhaal.
Minstens zo belangrijk zijn de omgeving waarin iemand opgroeit, de kansen die iemand krijgt, de cultuur waarin iemand leeft en de ervaringen die iemand opdoet.
De generatie van nu
Wanneer ik naar jongere generaties kijk, zie ik verschillen tussen Suriname en Nederland. In Suriname ontmoet ik veel jonge mensen die nieuwsgierig zijn naar de wereld buiten hun landsgrenzen. Ze willen reizen, studeren, nieuwe ervaringen opdoen en ontdekken wat er mogelijk is. Misschien komt dat doordat Suriname een relatief klein land is. De wereld ligt letterlijk verder weg. En wat ver weg ligt, krijgt vaak iets aantrekkelijks.
In Nederland zie ik weer andere accenten. Veel mogelijkheden zijn al binnen handbereik. Daardoor gaan gesprekken vaker over identiteit, persoonlijke ontwikkeling en de vraag wie je eigenlijk wilt zijn. Natuurlijk zijn dit geen vaste regels.
Maar het laat wel zien dat een generatie niet alleen wordt gevormd door leeftijd, maar ook door de omgeving waarin je opgroeit.
Meer dan een geboortejaar
Hoe ouder ik word, hoe meer ik merk dat mensen vaak veel complexer zijn dan de generatie waartoe ze officieel behoren. Mijn vriendin van 82 jaar blijft daar voor mij het mooiste voorbeeld van. Volgens de stereotype beschrijvingen zou zij degene moeten zijn die zegt: “Vroeger was alles beter.” In werkelijkheid is zij vaak degene die mij op nieuwe ideeën brengt. Misschien geldt dat wel voor meer mensen.
Mijn vader groeide op in Suriname. Ik groeide op in Nederland. De jongeren van nu groeien weer op in een andere werkelijkheid dan die van mij. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik geloof dat geschiedenis, cultuur, familie en omgeving minstens zo bepalend zijn als een geboortejaar.
Misschien hebben we daarom minder behoefte aan hokjes en meer aan nieuwsgierigheid naar elkaars verhaal. Want uiteindelijk zijn we allemaal meer dan een generatie.
De meest gebruikte generatie-indeling
Stille Generatie: 1928 – 1945
Babyboomers: 1946 – 1964
Generatie X: 1965 – 1980
Millennials (Generatie Y): 1981 – 1996
Generatie Z: 1997 – 2012
Generatie Alpha: vanaf 2013
Deze indeling wordt wereldwijd veel gebruikt. Maar zoals ik tijdens het schrijven van deze blog ontdekte, zegt een generatie vooral iets over wanneer iemand geboren is. Veel minder over de wereld waarin iemand opgroeit.

