Wat zullen de mensen zeggen?

Over schaamte, stilte en suïcide


Vandaag, 10 september, is het Wereld Suïcide Preventie Dag.

Een dag waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor suïcide en voor het belang van preventie. Vaak klinkt daarbij de oproep om te praten. Om niet alleen te blijven rondlopen met gedachten en gevoelens die te zwaar worden. Dat is belangrijk.

Wat gebeurt er wanneer iemand wél probeert te vertellen of te laten zien dat het niet goed gaat?

Is er dan iemand die werkelijk luistert? En misschien nog belangrijker: voelt iemand zich veilig genoeg om te vertellen wat er werkelijk speelt?

Wat zullen de mensen zeggen?

Tijdens een gesprek met mijn coach kwamen we onlangs te spreken over familie. Ik probeerde uit te leggen hoe belangrijk familie binnen de Hindostaanse cultuur kan zijn. We zijn betrokken bij elkaar, helpen elkaar en komen bij elkaar op verjaardagen, feestdagen, huwelijken en andere belangrijke momenten.

En we weten vaak veel van elkaar. Wie met wie trouwt, wie gaat scheiden, wiens kind te weinig op bezoek komt, wie ruzie heeft met wie, wie op een verjaardag niet netjes heeft gegroet. Over elkaar praten kunnen we soms heel gemakkelijk. Maar over de werkelijk moeilijke dingen kunnen we opvallend stil zijn.

Misschien uit bescherming. Misschien omdat we niet weten wat we moeten zeggen. Misschien uit schaamte of uit angst voor het oordeel van anderen.

Wat zullen de mensen zeggen?

Die woorden zijn voor veel mensen herkenbaar, en zeker niet alleen binnen de Hindostaanse gemeenschap. Want wat gebeurt er wanneer je leven niet meer voldoet aan het beeld van hoe het zou moeten zijn? Wanneer je huwelijk niet goed gaat? Wanneer je wilt scheiden? Wanneer je psychisch vastloopt? Wanneer je niet langer degene kunt zijn van wie iedereen verwacht dat het goed gaat?

Word je dan opgevangen? Of word je beoordeeld?

Misschien ligt daar een verbinding tussen oordeel, schaamte en zwijgen. Als we bang zijn om veroordeeld te worden, kunnen we ons gaan schamen voor precies datgene waarbij we hulp nodig hebben. En wanneer we ons schamen, wordt praten steeds moeilijker.

Mijn tante

Binnen mijn familie overleed lang geleden een tante door suïcide. Ze leefde in een tijd en in omstandigheden waarin het voor een vrouw met kinderen bijzonder moeilijk kon zijn om een ongelukkig huwelijk te verlaten. Ik kan niet weten wat er precies in haar is omgegaan. Suïcide is complex en heeft zelden één oorzaak. Ik wil haar verhaal daarom niet achteraf voor haar invullen. Maar één ding weet ik wel. De mensen om haar heen wisten dat het niet goed ging.

De problemen in haar huwelijk waren bekend. En toch werd er gezwegen. Er werd weggekeken. Wanneer ik daar nu aan terugdenk, houdt juist die stilte mij bezig. Niet alleen de vraag: Waarom heeft zij gezwegen? Maar ook: Waarom zwegen de mensen om haar heen terwijl ze wisten dat het niet goed ging?

Ik stel die vraag niet om mijn familie achteraf de schuld te geven. Mensen leefden in een andere tijd. Er werd anders gedacht over psychische problemen, over huwelijk en scheiding, over de positie van vrouwen en over wat je wel en niet met anderen besprak. Misschien wisten mensen werkelijk niet wat ze moesten doen. Maar haar verhaal stelt mij vandaag wel een vraag. Hoeveel is er werkelijk veranderd?

Overleden aan verdriet

Recent werd ik in Nederland opnieuw geconfronteerd met een suïcide binnen een Hindostaanse familie. Ik zal niet schrijven wie het was of wat eraan voorafging. Dat is niet mijn verhaal om openbaar te maken. Maar iets viel mij op. Het woord suïcide werd niet gebruikt. In plaats daarvan werd gezegd: Hij is overleden aan verdriet.

Die woorden bleven bij mij hangen. Er zit iets zachts in. Misschien zelfs iets liefdevols. Want achter een suïcide kan een onvoorstelbaar verdriet schuilgaan. Maar tegelijkertijd vroeg ik mij af: Waarom kunnen we het verdriet wel benoemen en de suïcide niet? Is het woord te pijnlijk? Is het bescherming? Is het schaamte? Of speelt ergens op de achtergrond toch weer die oude vraag mee: Wat zullen de mensen zeggen?

Wat mij ook raakte, was dat dit niet in Suriname gebeurde. Dit gebeurde in Nederland. Je kunt naar een ander land verhuizen. Je kinderen kunnen daar opgroeien. Volgende generaties kunnen daar geboren worden. Maar daarmee verdwijnen culturele overtuigingen niet automatisch. We nemen bij migratie niet alleen recepten, muziek, taal, feesten en familietradities mee.

We kunnen ook ideeën meenemen over wat hoort en niet hoort. Over huwelijk en scheiding. Over familie-eer. Over wat je binnenshuis houdt. Over wat anderen van je mogen weten. Sommige van die overtuigingen geven ons houvast en verbondenheid. Andere kunnen het moeilijker maken om te zeggen: Het gaat niet goed met mij.

Suriname én Nederland

Mijn gedachten brengen mij ook bij Suriname. Niet omdat suïcide een Surinaams of Hindostaans probleem zou zijn. Daarvoor is suïcide veel te complex. Maar de cijfers laten wel zien dat Suriname al lange tijd met een ernstig probleem kampt.

De Wereldgezondheidsorganisatie schreef in 2024 dat Suriname het op één na hoogste suïcidecijfer heeft in Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied . Volgens internationaal vergelijkbare WHO-cijfers over 2021 overleden in Suriname 138 mensen door suïcide. Het leeftijdsgestandaardiseerde cijfer bedroeg 22,5 per 100.000 inwoners.

De WHO benadrukt daarbij iets wat ik belangrijk vind: achter suïcide ligt zelden één oorzaak. Vaak gaat het om een combinatie van omstandigheden. Relatieproblemen, financiële zorgen, fysiek of emotioneel geweld, alcoholgebruik, psychische problemen en andere vormen van ernstige stress kunnen allemaal een rol spelen.

Dat is ook waarom ik voorzichtig wil zijn met het verhaal van mijn tante. Ik weet niet wat uiteindelijk tot haar dood heeft geleid. Ik kan haar gedachten niet achteraf reconstrueren. Maar haar verhaal maakt mij wel nieuwsgierig naar de omgeving waarin iemand leeft. Hoe gemakkelijk was het voor haar om te zeggen dat het niet goed ging? En wat gebeurde er toen de mensen om haar heen wisten dat het niet goed ging?

Hindostanen in Nederland

Die vragen houden voor mij niet op bij Suriname. Ook in Nederland is onderzoek gedaan naar suïcidaal gedrag binnen de Surinaamse en Hindostaanse gemeenschap.

Onderzoek dat in 2006 werd gepubliceerd, liet zien dat jonge Hindostaanse vrouwen in Nederland destijds vier keer zo vaak een suïcidepoging deden als jonge Nederlandse vrouwen. De onderzoekers wezen daarbij niet naar één eenvoudige culturele oorzaak. Zij beschreven juist een samenspel van persoonlijke omstandigheden, familieverhoudingen, autonomie, verwachtingen en genderrollen.

Later kwalitatief onderzoek onder onder andere Zuid-Aziatisch-Surinaamse vrouwen liet eveneens zien hoe persoonlijke pijn verweven kan raken met vragen rond autonomie, zelfopoffering, familie en eer. Ik vind het belangrijk daar iets bij te zeggen.

Deze specifieke onderzoeken naar Hindostaanse vrouwen in Nederland zijn inmiddels oud. We kunnen op basis daarvan niet zeggen dat dezelfde verhoudingen vandaag nog gelden. Maar de vragen die eruit voortkomen zijn voor mij nog altijd relevant.

Wanneer je huwelijk niet goed gaat, maar scheiden nauwelijks bespreekbaar is? Wanneer je keuzes wilt maken die niet passen binnen het beeld dat anderen voor je hebben? Wanneer je psychisch vastloopt, maar tegelijkertijd bang bent voor het oordeel dat volgt als je daarover praat?

Ik wil daarbij niet beweren dat de Hindostaanse cultuur suïcide veroorzaakt. Dat zou veel te eenvoudig zijn en doet geen recht aan de complexiteit van suïcide. Mijn vraag is een andere:

Hoe gemakkelijk is het binnen onze families en gemeenschappen om te zeggen dat het psychisch niet goed met je gaat?

En misschien nog belangrijker:

Wat gebeurt er wanneer je het wél zegt?

Praten vraagt om iemand die luistert

We zeggen vaak: Praat erover. En terecht. Maar praten bestaat nooit uit één persoon. Aan de andere kant moet iemand zitten die kan luisteren. Iemand die niet onmiddellijk oordeelt. Die niet meteen oplossingen aandraagt. Die niet eerst denkt aan de reputatie van de familie of aan wat anderen ervan zullen vinden. Iemand bij wie je niet eerst hoeft te bedenken welke delen van je verhaal je wel en niet mag vertellen. Misschien is dat wel wat emotionele veiligheid betekent. Dat je kunt zeggen: Het gaat niet goed met mij. Ik red het niet. Ik heb hulp nodig.

En dat het antwoord niet begint met schaamte of oordeel. Maar met: Vertel maar. Ik luister.

Op deze Wereld Suïcide Preventie Dag denk ik aan de mensen die we door suïcide zijn verloren. Aan de mensen die vandaag misschien in stilte worstelen. En aan de families en vrienden die na een suïcide met vragen achterblijven waarop soms nooit een antwoord komt.

Maar ik denk ook aan ons. Aan de mensen aan de andere kant van het gesprek. Want suïcidepreventie gaat niet alleen over de moed vinden om te spreken. Het gaat ook over het creëren van een omgeving waarin iemand zich veilig genoeg voelt om te spreken.

Misschien moeten we daarom iets minder vaak vragen: Wat zullen de mensen zeggen? En iets vaker: Hoe gaat het werkelijk met je? Kom binnen. Vertel maar. Ik luister.

Bronnen

World Health Organization (2024), Suicide prevention in Suriname: strengthening multisectoral collaboration.

World Health Organization (2025), Suicide worldwide in 2021: global health estimates.

Graafsma, T., Westra, K. & Kerkhof, A.J.F.M. (2016), Suicide and attempted suicide in Suriname: the case of Nickerie, Academic Journal of Suriname, 7, 628–642.

Van Bergen, D.D., Smit, J.H., Kerkhof, A.J.F.M. & Saharso, S. (2006), Gender and cultural patterns of suicidal behavior: young Hindustani immigrant women in the Netherlands, Crisis, 27(4), 181–188.

Van Bergen, D.D., Van Balkom, A.J.L.M., Smit, J.H. & Saharso, S. (2012), “I felt so hurt and lonely”: suicidal behavior in South Asian-Surinamese, Turkish, and Moroccan women in the Netherlands, Transcultural Psychiatry, 49(1), 69–86.

Plaats een reactie