Als het integratieproces je zover heeft gebracht dat je jezelf bijna Surinamer mag noemen, dan zal je begrijpen waarom Surinamers en short-time hotels onafscheidelijk zijn.
In het jaar dat D.D. Bouterse dictator af was en het Surinaamse volk hem koos als president, in combinatie met een gunstig offshore project die mijn eega in Suriname mocht leiden en ik nog niet wist dat ik de liefde voor het land, waar ik wel geboren ben maar niet getogen, zo zou gaan koesteren ondanks de presidentiële eigenaardigheden maar ook de take-it-easy spirit, overvolle kindertehuizen, en het begrip buitenvrouwen en -mannen, maakte ik voor het eerst in mijn leven kennis met het begrip short-time hotel.
Ik hoef geen onderzoek te doen naar het aantal bezoekers van short-time hotels in Suriname, om vast te stellen dat de behoefte groot is. En al zou ik dat wel doen, dan zal het onderzoek toch in twijfel gebracht worden, omdat geen Surinamer zal bekennen ooit een short-time hotel te hebben bezocht. Het aantal short-time hotels liegt er niet om. In iedere wijk is wel minstens één hermetisch afgesloten perceel met hoge muren waarop een betonnen blok, met stalen roldeuren in een rij, staat. Je rijd je auto door de poort naar een van de roldeuren. Roldeur gaat open, je parkeert je auto, roldeur sluit. Er zijn in Suriname minstens net zoveel short-time hotels als ‘gewone’ hotels waar je wèl een overnachting met een ontbijtje kan boeken en de kentekenplaat van je auto gewoon zichtbaar is.
Het was 2014 en ik was nog eigenaar van Cosy Home and Living-Huishureninsuriname.nl, een bemiddelingsbureau voor (vakantie)huizen. We werden benaderd door een eigenaar van een complex aan de Mahonylaan, dat in het centrum van Paramaribo ligt, met de vraag of wij interesse hadden om dit complex te verhuren. Roshni en Robin, medewerkers van het bedrijf, brachten een bezoek. Zij maakten de inschatting dat dit object niet paste binnen ons concept. Ik bekeek de foto’s en werd nieuwsgierig en besloot om ook een bezoekje te brengen voordat we zouden afblazen.
Tijdens de rondleiding door het gitzwart geverfde gebouw viel me op, dat in een aantal kamers smalle spiegels van circa dertig centimeter breed, horizontaal op heuphoogte bevestigd waren. Op de begane grond waren de entrees van de kamers gescheiden door hoge houten schotten. ‘Bijzonder dat de spiegels op heuphoogte hangen. Je hebt er meer aan als ze rechtop staan. Dan hoef je niet zo te bukken om je gezicht te zien,’ zei ik tegen de man van Hindoestaanse afkomst die me rondleidde. Hij knikte en bevestigde mijn advies. Het object paste inderdaad niet binnen ons concept, maar ik zag het wel zitten om het complex over te nemen en er een studentenhuis van te maken. Immers, we konden in die periode de vraag naar studentenhuizen niet aan. En de houten schotten, zouden perfect zijn om een fiets tegenaan te stallen.
Suriname werd ontdekt door Nederlandse stagiaires. Circa drieduizend stagiaires wisten ieder jaar de weg naar Suriname te vinden. In de zorg, in het onderwijs maar ook bij ons op kantoor. Behalve de diaspora, die na de onafhankelijkheid een goede bron van inkomsten voor Suriname was, werd het land nu ook door andere Nederlanders als vakantieland ontdekt. Hoe leuk is het om aan je buren, uit de rijtjeshuis in je straat, te vertellen dat je een land bezocht hebt, waar zij nog nooit geweest zijn. Nee, deze keer was het geen Spanje, geen Frankrijk, geen Thailand, geen all-inclusive Turkije maar…….. Suriname, het land van duizend kleuren groen, gastvrijheid en lekker eten. Het land waar je diep in de jungle gewoon Nederlands praat. Waar de Indianen en Marrons je in het Nederlands antwoorden. Hoe geweldig!
Pas veel, veel later, toen het contract voor overname van dit gitzwart complex getekend was en ik een kapitaal aan een renovatie had uitgegeven, werd het me duidelijk waarom de spiegels horizontaal hingen. Een studentenhuis is het nooit geworden. Door mijn gebrek aan medeweten wist ik niet wat ik nu weet en deed ik niet wat ik nu doe. Het kan soms geen kwaad om niet alle feiten te kennen. Dat belemmert het maken van keuzes. Had ik geweten dat ik een short-time hotel had overgenomen dan had ik mijn kans misgelopen om eigenaar te zijn van een prachtig boutique hotel, Holland Lodge Paramaribo. God bestaat: ‘She blessed me.’
Veel Surinamers wonen vanwege economische redenen in een family compound. ‘Logisch toch, dat je dan naar een short-time hotel gaat voor een beetje privacy,’ zei Marlène tijdens een koffie moment op het terras. ‘Je hebt anders continue je familie om je heen.’ ‘Goh,’ zei ik. ‘En ik maar denken dat ze daar zitten te …. met hun buitenvrouw of buitenman.’ Ik had het echt mis! In Nederland zijn hotels sinds de Corona uitbraak innovatiever geworden met de verkoop van hun kamers. Een van de grotere hotelketens, een vooraanstaand familiebedrijf, biedt tegenwoordig ook kamers overdag aan, voor enkele uurtjes tot een dagdeel. Om welke reden? Family compound?
De laatste jaren merk ik dat gesprekken over de Surinaamse diaspora steeds vaker opduiken. Op sociale media, tijdens gesprekken in het hotel, bij etentjes en borrels, en soms zelfs in de taxi. Steeds weer komt dezelfde vraag terug: wat kan de diaspora eigenlijk betekenen voor Suriname?
Het is een onderwerp dat aan beide kanten van de oceaan leeft. Veel Surinamers wonen in Nederland en vooral rond de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid werd opnieuw stilgestaan bij hoeveel mensen destijds zijn vertrokken. Die geschiedenis is nog altijd voelbaar, zeker binnen families waarin de ene helft in Suriname woont en de andere al jaren in Nederland leeft. Afstand heeft die verbondenheid niet weggenomen.
Wat mij persoonlijk raakte in dit jubileumjaar, was de manier waarop Suriname wereldwijd aandacht kreeg. Vijftig jaar onafhankelijkheid in 2025 bracht momenten van trots en ontroering. De Surinaamse vlag als symbool op de UNESCO Qutub Minar in New Delhi bezorgde mij kippenvel. En dan was er dat magazine uit Bonn, gemaakt door Duitse gasten die bij ons in het hotel verbleven. Ze stuurden het later per e-mail toe. Een klein gebaar maar het voelde als een cadeautje.
Zulke momenten laten zien hoe Suriname, groot of klein, indruk maakt op mensen overal ter wereld. Tegelijkertijd blijft de meest terugkerende en soms ook gevoeligste vraag die over de diaspora zelf: over betrokkenheid, verwachtingen en de manier waarop die twee zich tot elkaar verhouden.
Een stroom Nederlanders naar Suriname Wat mij opviel, was hoeveel Nederlanders naar Suriname zijn gekomen voor de viering van de onafhankelijkheid. Niet alleen Surinaamse Nederlanders, maar ook mensen die Suriname nog nooit eerder hadden bezocht. Dat raakte me. Het zegt iets over verbondenheid, over nieuwsgierigheid, en over het besef dat de gedeelde geschiedenis tussen Suriname en Nederland niet zomaar verdwijnt.
Voor veel mensen lijkt er een gevoel van band te bestaan tussen wat soms wordt gezien als “moederland” en “vaderland”. Zelfs wanneer Suriname geen deel is geweest van hun eigen leven. En juist daar ontstaat een interessante vraag: wat betekent die verbondenheid eigenlijk, en hoe krijgt die vorm?
Een lezing die meer losmaakte dan verwacht Ik was uitgenodigd voor een lezing van Marcel La Rose in de bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit. De avond ging over twee grote thema’s: de zogenoemde renteniersparadox en klimaatverandering.
Dat klinkt misschien zwaar, en dat is het onderwerp ergens ook. Tegelijk werd het op een manier gebracht die uitnodigde om na te denken. De renteniersparadox gaat er in essentie over dat landen die sterk afhankelijk worden van één belangrijke inkomstenbron, zoals olie, daar op de lange termijn ook kwetsbaar door kunnen worden. Met de recente olievondsten bevindt Suriname zich precies in dat spanningsveld.
Ook klimaatverandering kwam uitgebreid aan bod. Niet als iets abstracts, maar als iets wat hier al merkbaar is. We zien hoe de zee langzaam dichterbij komt, hoe regenpatronen veranderen, hoe het warmer wordt en hoe de natuur zich aanpast. Het zijn ontwikkelingen die niet ver weg zijn, maar onderdeel van het dagelijks leven.
Maar tijdens deze lezing gebeurde er iets bijzonders. Het gesprek verschoof onverwacht naar de diaspora. Dat was eigenlijk heel begrijpelijk. Het publiek was opvallend divers: Surinamers en Nederlanders, mensen uit de diaspora, studenten, professionals en zelfs enkele politici. Juist die mix van achtergronden en ervaringen maakte dat iedereen het onderwerp vanuit een andere invalshoek benaderde. Bijna vanzelf ontstond de vraag hoe al deze groepen, in het bijzonder de diaspora, op een betekenisvolle manier kunnen bijdragen aan Suriname.
Iemand in de zaal merkte op dat wie vanuit het buitenland terugkeert naar Suriname, misschien eerst de tijd moet nemen om opnieuw te landen en mee te draaien, in plaats van direct een leidinggevende rol te willen vervullen. Een ander stelde een vraag die zichtbaar bleef hangen: hoe kunnen mensen uit de diaspora betrokken zijn, zonder dat het voelt alsof zij komen uitleggen wat er moet gebeuren?
Op dat moment viel voor mij iets op z’n plek. Deze drie thema’s, de renteniersparadox, klimaatverandering en de diaspora, blijken nauw met elkaar verbonden. Ze raken allemaal aan vragen over zelfstandigheid en afhankelijkheid, over keuzes maken, verantwoordelijkheid nemen en vooral: samenwerken.
Als je echt wilt bijdragen, moet je er zijn Ik merk dat dit onderwerp mij raakt, omdat het voortkomt uit mijn eigen leven tussen Nederland en Suriname. Voor mij betekent iets willen bijdragen aan Suriname dat je er ook werkelijk bent. Niet alleen als bezoeker, en niet vanaf een afstand met meningen, maar aanwezig in het dagelijks leven. Tussen de mensen, in het ritme van het land, in wat zich elke dag aandient.
Wat ik regelmatig zie, is dat mensen vanuit Nederland naar Suriname komen met verwachtingen die gevormd zijn door hoe het leven en werken in Nederland is ingericht. Maar Suriname ís Nederland niet. Het ligt in Zuid-Amerika en kent zijn eigen dynamiek, tempo en realiteit. Dat vraagt soms om opnieuw beginnen, om loslaten, en om het bijstellen van verwachtingen.
Wanneer je komt met vaste ideeën over inkomen, tempo of zekerheid, kan dat het lastig maken om echt aansluiting te vinden. Juist door ruimte te laten, te luisteren en mee te bewegen, ontstaat er verbinding en groeit het begrip. En misschien is dat wel de basis van werkelijk iets kunnen betekenen.
Mijn ouders vertrokken in 1974 van Suriname naar Nederland en bouwden stap voor stap een nieuw leven op. Ze pasten zich aan, leerden het tempo kennen, de cultuur en de regels. Dat is wat je doet wanneer je je ergens vestigt: je beweegt mee met het ritme van het land waarin je leeft.
In Suriname werkt dat niet anders. Wie hier komt wonen, of terugkeert, zal eerst aansluiting zoeken bij hoe het land leeft en werkt. Vanuit die verbinding ontstaat ruimte om werkelijk iets bij te dragen. Suriname heeft veel aan mensen die kennis en ervaring meebrengen uit Nederland, België, Duitsland, Noorwegen, Amerika of andere landen. Die bagage kan waardevol zijn, juist wanneer ze wordt ingebracht met begrip voor de lokale context.
Dat begrip groeit niet op afstand. Niet via sociale media, niet door luisteren of lezen alleen, en ook niet door het uitwisselen van meningen. Het ontstaat door aanwezig te zijn. Door te kijken, te luisteren, mee te doen en het dagelijks leven te ervaren.
Ik zeg vaak: misschien is de Nederlandse taal wel het enige wat Nederland en Suriname écht met elkaar verbindt. En zelfs die taal klinkt en voelt hier soms net even anders.
Waarom de gesprekken soms schuren Dat gesprekken hierover soms spanning oproepen, heeft vaak te maken met verschillende verwachtingen en ervaringen. Veel mensen uit de diaspora voelen een sterke betrokkenheid bij Suriname. Ze denken vanuit de wens om iets bij te dragen, nemen kennis en ervaring mee die ze elders hebben opgedaan en voelen zich nog steeds verbonden met het land.
Tegelijkertijd kijken mensen die in Suriname wonen vanuit hun eigen dagelijkse realiteit. Zij ervaren hoe systemen hier werken, weten hoeveel inzet en doorzettingsvermogen er al jaren wordt gevraagd en voelen soms dat vergelijkingen met Nederland voorbijgaan aan die werkelijkheid. Waar de één spreekt vanuit betrokkenheid en idealen, spreekt de ander vanuit geleefde ervaring. Juist daar kan het schuren: niet omdat de intenties botsen, maar omdat de uitgangspunten verschillen.
Misschien ontstaat er meer ruimte wanneer beide kanten eerst luisteren, voordat ze willen uitleggen. Want onder die verschillen ligt vaak hetzelfde verlangen: dat Suriname zich op een goede, eigen manier kan blijven ontwikkelen. Beide kanten hebben hun waarheid. En daar zit geen schuldvraag in. Het is gewoon een verschil in ervaringen.
Wat betekent ‘bijdragen’ nu écht? Bijdragen betekent niet automatisch geld sturen of bij voorbeeld een stichting oprichten. Het betekent ook niet dat je komt uitleggen wat anders of beter moet. In de kern gaat bijdragen over iets veel eenvoudigers en tegelijk iets veel uitdagenders. Het gaat over aanwezig zijn. Over luisteren. Over meedoen. Over respect hebben voor de lokale cultuur en bereid zijn mee te bewegen met hoe het leven en werken in Suriname vorm krijgen.
Suriname is een land vol kansen én uitdagingen. Maar de mensen die hier wonen, werken elke dag al aan oplossingen, vaak onder omstandigheden die van buitenaf niet altijd zichtbaar zijn. De vraag is dan ook niet óf de diaspora iets kan betekenen, maar hoe je kunt aansluiten zonder eroverheen te stappen. Misschien begint dat met komen. Al is het maar voor een periode van oriëntatie. Met het loslaten van verwachtingen, zeker die rondom inkomen, functies of status. Met opnieuw leren kijken naar de cultuur en erkennen dat Suriname geen verlengstuk is van Nederland.
Kennis en ervaring kunnen waardevol zijn, zolang ze worden ingebracht met bescheidenheid. Niet boven anderen, maar naast hen. Door eerst te luisteren en pas daarna te spreken. Door samen te werken in plaats van afzonderlijk. Zo bekeken is bijdragen geen groot gebaar, maar een houding. Eenvoudig in woorden, complex in de praktijk. Misschien juist daarom zo wezenlijk.
Tot slot De Surinaamse diaspora is groot, betrokken, creatief en vol ambitie. Dat zijn kwaliteiten die van grote waarde kunnen zijn voor Suriname, mits ze op een manier worden ingebracht die recht doet aan de werkelijkheid hier. Suriname heeft geen redders nodig. Wat het nodig heeft, zijn meebouwers: mensen die bereid zijn met beide benen in de Surinaamse realiteit te staan.
Uiteindelijk gaat het misschien hierom: diaspora en Suriname zijn geen gescheiden werelden. Ze vormen samen één doorlopend verhaal. Een verhaal dat verder kan groeien wanneer beide kanten elkaar benaderen met openheid, respect en de bereidheid om samen op te trekken.
In veel van mijn verhalen neem ik je mee naar Suriname, het land dat me altijd blijft inspireren. Maar mijn leven speelt zich ook voor een groot deel af in Nederland. Die mix van culturen en ervaringen vormt de kern van mijn verhalen.
In het Zeeheldenkwartier lijkt het Nederlands langzaam uit te sterven. Terwijl ik hier zit op de Prins Hendrikstraat tegen het terrasgevel van lunch café Dignita, hoor ik om me heen allerlei talen, behalve mijn eigen moedertaal. Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Oost Bloks – je zou bijna denken dat ik per ongeluk op vakantie ben gegaan zonder mijn koffer. Zelfs de menukaarten zijn niet meer in het Nederlands. Ik bestel een macha latte, oatmilk.
Naast me zitten twee vriendinnen. Ons afstand is niet meer dan een meter op het bankje. Ik kan niet anders dan meeluisteren, want ze praten Engels alsof ze in een film zitten. Eén van hen heeft duidelijk relatieproblemen. De ander gooit er een troostende zin uit: ‘I am really proud that you are working on yourself.’ Ze klinken niet bepaald als zussen, want die zouden waarschijnlijk gewoon zeggen: ‘Just relax and act normal.’ Maar goed, misschien is dat ook de moderne manier van communiceren. Met net wat meer afstand en zonder bekvechten. Kunnen we nog wat leren van deze jonge buitenlanders?
Eerder op de dag was ik in de Action om lijstjes te kopen voor de foto’s die ik gekregen heb van de moeders van de kleinkinderen. Ja, ook ik moet mijn oma-verplichtingen nakomen. Blokker had te weinig keuze en de fotospeciaalzaak was te duur. Ik realiseerde me in die winkels niet wat ik me nu wel realiseer. Ik ben de oudste op het terras waar ik nu zit. Overal om me heen zie ik millennials – ja, die vermaledijde millennials die alles lijken te hebben. Ze bestellen dure koffies zonder te knipperen en bestellen nog een tweede zonder naar de prijzen te kijken. Ze lijken allemaal een goed inkomen te hebben en weinig zorgen. Dat was in mijn tijd wel anders.
Toen ik hun leeftijd had, was het leven toch net een tikje minder… luxe. Geen dure koffies of brunches. We waren al blij met een tosti van wit brood en een kop oploskoffie. Maar ja, tijden veranderen, en blijkbaar ook de bankrekeningen van de jeugd. Ze lijken het leven moeiteloos door te gaan, zonder zorgen over rekeningen of de toekomst. Dat kon ik op hun leeftijd wel vergeten.
Terwijl ik dit verhaal schrijf zie ik aan de overkant een stel voorbijlopen. Ze zien eruit alsof ze net terug zijn van een zes maanden lange retraite op een tropisch eiland. Hun huid is diep gebruind door de zon. Ondanks hun duidelijk blonde oorsprong, hebben ze besloten dat dreadlocks perfect passen bij hun nieuwe levensstijl. Zij heeft enkele subtiele dreadlocks die nonchalant over haar schouders vallen. Hij gaat een stap verder – zijn dreadlocks zijn samengebonden tot iets dat balanceert tussen een tulband en een kunstwerk. Hij heeft hier serieus werk van gemaakt. Zijn oversized gewaad dat tot aan zijn knieën komt, lijkt alsof hij zojuist een spirituele ceremonie heeft verlaten en de aardse kledingvoorschriften hem niet meer aangaan. Maar het beste gedeelte? Zijn blote benen steken eronderuit, alsof hij halverwege heeft besloten dat broeken een overbodige luxe zijn voor iemand die zo in contact staat met zijn innerlijke zelf. Zij loopt zelfverzekerd voorop, als een koningin die de weg wijst. Het hele tafereel zou zo uit een alternatieve modecatalogus kunnen komen, een die je wellicht vindt in een boetiekje dat ‘bewuste kleding’ en ‘holistische levensstijlen’ adverteert. Is dit nou het nieuwe straatbeeld van het Zeeheldenkwartier? Of is dit een tijdelijke fase, een modeflirt die straks weer voorbij waait? Wie zal het zeggen.
Terwijl de voorgevels van de gebouwen in met name de winkelstraten van de Zeeheldenkwartier hartstikke nostalgisch blijven, heb ik de wijk zien transformeren naar gourmetparadijzen. Oude winkels zijn vervangen door een overvloed aan cafés, restaurants en eet- en drinkgelegenheden. De levendige sfeer van vroeger heeft plaatsgemaakt voor een trendy uitstraling die je bijna zou kunnen noemen ‘culinaire hipsterhemel.’ Niks mis mee, zou je denken. Behalve dan als je probeert te herinneren waar je ook alweer die goede oude patatzaak had staan…
Jaren geleden voorspelde mijn dochter al dat dit de nieuwe Amsterdam zou worden. Destijds nam ik haar woorden met een korreltje zout, maar nu zie ik haar gelijk.
En toch, terwijl ik hier zit, kan ik er eigenlijk wel om lachen. Ik ben blij dat ik de tijd kan nemen om gewoon te zitten en te kijken naar de wereld om me heen, die verandert zonder dat ik er veel invloed op heb. Het Zeeheldenkwartier mag dan veranderd zijn, en ik mag misschien de enige hier zijn die nog in het Nederlands denkt, maar hé, ik ben hier nog steeds. En dat is ook wat waard.
Ik sta op de Ringweg-Noord in Paramaribo, vastgekluisterd aan een eindeloze rij auto’s van wel 30 meter. Terwijl ik wacht op het groene licht (dat blijkbaar op vakantie is), besluit ik mijn telefoon te pakken en een filmpje te maken van een man die een kokosboom opklimt. Ach ja, tijdverdrijf in de jungle van het stadsverkeer.
Dit doet me denken aan de wildeman. Weet je wel, die mythische figuur die de ongetemde krachten van de natuur symboliseert. In westerse landen is hij al lang met pensioen, waarschijnlijk ergens in een hutje op de hei. Maar hier in Paramaribo? Hier is hij nog springlevend!
Toch weet ik dat zijn dagen geteld zijn. De modernisering kruipt langzaam maar zeker dichterbij, met al zijn glanzende gadgets en blinkende auto’s. Over enkele jaren is de wildeman waarschijnlijk ook hier verdwenen, vervangen door een hipster die zijn koffie met havermelk drinkt en alles in de cloud opslaat. Inmiddels behoor ik tot de categorie vintage hipster.
Dus terwijl ik wacht, en wacht, en nog meer wacht, glimlach ik bij de gedachte aan de wildeman. Zolang hij er nog is, blijft Paramaribo een beetje wilder dan de rest van de wereld. En daar hou ik van, naast mijn leven in Nederland met alle strakke planning en regels.
Vrouwelijk Ondernemerschap in Suriname In 2011, toen ik nog de leiding had over Cosy Home Suriname, werden er diverse handelsmissies, bijeenkomsten en informatieavonden georganiseerd om Surinaamse-Nederlanders bekent te maken met de zakelijke mogelijkheden in Suriname. Zelfs tijdens de regeerperiode van Desi Bouterse. Deze initiatieven hadden als doel om de banden tussen beide landen nog meer te versterken en het bedrijfsleven te stimuleren.
In 2016 vond er opnieuw een handelsmissie plaats, maar deze keer was het gericht op vrouwelijke ondernemers. Naast Cosy Home Suriname had ik een jaar eerder hotel Holland Lodge Paramaribo opgericht, waardoor mijn betrokkenheid met de lokale gemeenschap nog meer werd versterkt.
De Handelsmissie van 2016 De herinnering aan die specifieke middag in 2016 staat me nog steeds helder voor de geest. Het begon met een druppel zweet die langzaam van mijn voorhoofd naar mijn oog gleed, terwijl een kleine touringcar voor de hoofdingang van het hotel stopte. Het was kort voor één uur in de middag toen vijftien dames, gekleed in prachtige zomerjurken, één voor één uit de bus stapten. Hun haar, in alle mogelijke stijlen van kort en gladgestreken tot lang en krullend, gaf een uitstraling alsof ze rechtstreeks uit de Douglas naar het tropische regenwoud waren gereisd. Ondanks dat ze een uur te vroeg waren, nam ik mijn rol als gastvrouw uiterst serieus.
De ontspannen en comfortabele sfeer in het hotel zorgde ervoor dat de dames zich snel op hun gemak voelden. Ze streken neer op de banken in de lobby of namen plaats op de stoelen met hun benen over elkaar geslagen. Het personeel werkte snel om de snacks en drankjes te bereiden en te serveren, vastbesloten om van de middag een succes te maken. Ondanks de onverwachte vroege aankomst van de delegatie.
Spreken voor een Publiek Als deel van de gemiddelde groep van 50% die lijdt aan glossofobie, voelde ik die middag de druk om te spreken voor een groep vrouwen. Ik herinnerde me de cursus ‘spreken in het openbaar’ waarin ik had geleerd dat alleen ik mijn krakende stem hoorde en niet mijn luisteraars. Dit gaf me de moed om door te gaan. Ik vertelde kort iets over mezelf: dat ik getrouwd ben, moeder van drie kinderen en bonusmoeder van nog eens drie kinderen. Ook vertelde ik over mijn bedrijven en mijn passie voor ondernemen, waarbij mijn enthousiasme onverwachts leidde tot langere monologen.
De vrouwen luisterden geïnteresseerd en stelden veel vragen. Ze waren er immers om te onderzoeken wat ondernemen in Suriname hen zou kunnen brengen. Eén vraag bleef me altijd bij: “Waar loop je als ondernemer tegenaan in Suriname?”
De Uitdagingen van Ondernemerschap in Suriname Ik antwoordde dat er een enorm doorzettingsvermogen nodig is om kwaliteit en continuïteit te handhaven in een land met beperkte importlogistiek en een gebrekkige productie- en arbeidsmoraal. Dit is een uitdaging waar veel ondernemers mee worstelen. Daarnaast legde ik uit dat mijn rol als vrouwelijke ondernemer nog steeds een relatief onbekend begrip is in een land waar de man de boventoon voert. Vrouwelijk ondernemerschap blijft een strijd die nog steeds wordt gedomineerd door traditionele opvattingen: mannen zijn de leiders, vrouwen koken lekker.
Gendergelijkheid in Suriname In Nederland is de strijd voor gendergelijkheid, respect en waardering voor vrouwen al meer dan 100 jaar aan de gang. In Suriname begonnen vrouwen pas na de onafhankelijkheid in 1975 meer rechten en mogelijkheden te krijgen. Bovendien heeft Suriname diverse etnische groepen zoals Afro-Surinamers, Hindoestanen, Javanen, inheemsen en anderen. Ieder groep heeft zo zijn eigen tradities en normen met betrekking tot genderrollen, wat duidelijk merkbaar is in de samenleving.
Impact van de Handelsmissie Mijn rol als gastvrouw was niet alleen om de vrouwen te verwelkomen, maar ook om hen te inspireren en te informeren over de realiteiten van het ondernemen in Suriname. Ik probeerde mijn eigen ervaringen, zowel de successen als de uitdagingen, met hen te delen. Het was bemoedigend om te zien hoe hun interesse en enthousiasme groeiden naarmate de middag vorderde.
Verandering en Vooruitgang Hoewel de vraag over de obstakels voor het ondernemen in Suriname mij altijd zal bijblijven, zie ik de wil van Surinaamse vrouwen om een bedrijf op te zetten en hun dromen te verwezenlijken in verschillende sectoren zoals horeca, detailhandel en de dienstensector. De uitdagingen van logistiek en arbeidsmoraal blijven aanwezig. Deze vrouwen brengen niet alleen nieuwe ideeën en energie in het bedrijfsleven, maar ze dienen ook als rolmodellen voor de volgende generatie. Dit geeft hoop en versterkt de overtuiging dat verandering mogelijk is, zelfs in een samenleving waar traditionele gender rollen nog steeds sterk aanwezig zijn. Ik heb me wel altijd afgevraagd of de ontmoeting na het vertrek van de delegatie daadwerkelijk heeft geresulteerd in nieuwe vrouwelijke ondernemers uit Nederland.
De Weg naar Gendergelijkheid De beweging naar meer gendergelijkheid en vrouwelijk ondernemerschap in Suriname is nog lang niet voltooid. De stappen zijn gezet en zijn bemoedigend. Vrouwelijk ondernemerschap in Suriname, hoewel nog steeds in ontwikkeling, begint te groeien met meer vrouwen die hun weg vinden naar de zakenwereld, gedreven door een verlangen naar onafhankelijkheid en zelfontplooiing.
Reflecties op het Ondernemerschap In de jaren dat ik nu in Suriname onderneem zie ik vele aspecten van het Surinaamse ondernemerslandschap. Reflecterend op deze ervaring, realiseer ik me dat de strijd voor gendergelijkheid en de bevordering van vrouwelijk ondernemerschap niet alleen belangrijk zijn voor de economische groei, maar ook voor de bredere maatschappelijke ontwikkeling. Vrouwen kunnen de kracht zijn die het land vooruithelpt.
Hoop voor de Toekomst Ik heb geleerd dat verandering tijd kost. Ik blijf hoopvol dat de volgende generatie, met moedige jonge vrouwen aan het roer, de weg verder banen voor een meer inclusieve en rechtvaardige samenleving in Suriname.
Conclusie Vrouwelijk ondernemerschap in Suriname is moed, doorzettingsvermogen en hoop. Het is een verhaal dat geschreven wordt, en ik ben dankbaar dat ik deel uitmaak van deze voortdurende reis. De toekomst is veelbelovend, en met elke nieuwe vrouwelijke ondernemer die opstaat, komen we een stap dichter bij een gelijkwaardige en rechtvaardige samenleving. Niet alleen in Suriname maar in alle delen van de wereld.
Het positieve verhaal van Suriname: Meer dan men denkt
In de gesprekken met een vriend, die zelf nog nooit een voet in Suriname heeft gezet, wordt vaak gesproken over armoede, een wankelende economie en een politiek bestel dat volgens hem op zijn zachtst gezegd niet deugt. Maar is dat wel echt de realiteit? Als we ons enkel laten leiden door wat de media ons vertellen, kunnen we inderdaad tot die conclusie komen.
Echter, ik geef hem graag 6 redenen waarom het eigenlijk beter gaat met Suriname dan veel mensen denken:
Overvloedige vruchtbaarheid: Een Surinaamse vriendin van me verwoordt het treffend: “Als je in Suriname honger hebt, ben je te lui om te eten.” Het land is buitengewoon vruchtbaar, en het is verrassend eenvoudig om zelfvoorzienend te zijn. Stop een vinger in de grond en je krijgt een hand terug.
Benzineprijzen: De prijs voor een liter benzine mag dan wel Srd 25 (€ 0,90) zijn, maar dat lijkt de Surinamer niet te deren. Ondanks de relatief hoge prijzen, blijven auto’s een statussymbool en houden de files de stad gevuld met auto’s.
Economische veerkracht: Het straatbeeld in Suriname transformeert snel, met een opkomst van nieuwe ondernemingen en investeringen die bijdragen aan de groei van de economie. Ondanks economische uitdagingen blijft Suriname floreren, met nieuwe bedrijven en investeringen die de groei voeden.
Toerisme: Suriname is in opkomst als toeristische bestemming, met een groeiend aantal bezoekers dat de schoonheid van het land ontdekt. Nieuwe accommodaties en voorzieningen worden gebouwd om aan de groeiende vraag te voldoen, wat Surinamers een nieuw toekomstperspectief biedt.
Olie-ontdekking: De recente ontdekking van olie voor de kust van Suriname brengt nieuwe kansen met zich mee, hoewel er discussie is over de eerlijke verdeling van deze rijkdom onder de bevolking. Dit opent de deur naar een veelbelovende toekomst voor het land.
Veerkrachtige houding: Ondanks politieke strubbelingen blijven veel Surinamers veerkrachtig, wat betekent dat ze in staat zijn om met tegenslagen om te gaan en positief te blijven, zelfs in moeilijke tijden. In de praktijk zie ik deze veerkracht terug in mijn eigen bedrijf, waar ondanks uitdagingen een wil om te groeien en te bloeien overheerst.
Kortom, ondanks de moeilijkheden en uitdagingen waar Suriname voor staat, zijn er tal van redenen om hoopvol te zijn over de toekomst van het land.
Mavis is een 53-jarige moeder van vier kinderen en woont in Suriname. Ze draagt een verhaal met zich mee dat geweven is met verschillende zoektochten naar geluk met liefdes uit Nederland. Haar kinderen delen geen gemeenschappelijke vaders; elk van hen vertegenwoordigt een uniek stukje van Mavis’ reis door het leven.
Romario, 34 jaar oud, koestert zijn afkomst, hoewel zijn vader in Nederland woont. Hij weigert het label ‘product van een buitenechtelijke relatie’ te dragen en zijn moeder de ‘buitenvrouw’ van zijn vader te betitelen.
Abigail, 28 jaar oud, heeft haar vader slechts zelden gezien, aangezien hij eens een Nederlandse diplomaat was in Suriname, en haar slechts eens in de vijf jaar bezoekt. Voor Abigail een zeldzaam maar betekenisvol contact.
Michaël, 36 jaar oud, heeft een bewogen jeugd gekend. Na de scheiding van zijn ouders in Suriname vertrokken ze naar Nederland maar keerde hij na het behalen van zijn diploma’s met zijn zusje terug naar Suriname op zoek naar de liefde en aandacht van hun vader.
George, nu 81 jaar oud, verliet Suriname op 26-jarige leeftijd, achterlatend een complexe erfenis van kinderen bij zowel zijn vrouw als zijn ‘buitenvrouw’. Zijn afwezigheid liet een leegte achter in het leven van zijn achtergebleven kinderen in Suriname.
Deze verhalen zijn geen product van fictie; het zijn werkelijke gebeurtenissen van mensen die ik persoonlijk heb gekend en mee heb gesproken. En natuurlijk kan ik niet ontkennen dat er een vleugje persoonlijke ervaring in verweven zit.
In Suriname worden moeders van verschillende etnische achtergronden gesteund door uitgebreide familienetwerken, terwijl de afwezige vader een grote rol speelt in de mate van stress die zij ervaren bij het opvoeden van hun kinderen. Echter, in Nederland, waar drie generaties Surinamers nu wonen, lijken traditionele opvoedmethoden nog steeds stand te houden, ondanks de invloed van de westerse samenleving.
Voor alleenstaande Hindoestaanse- of Javaanse moeders in Nederland, die hun kinderen opvoeden in een family compound, of voor Creoolse- of Marron moeders die hulp krijgen van familieleden, vormt het vinden van de juiste opvoedingsmethode een uitdaging, aangezien traditionele en westerse waarden met elkaar in conflict kunnen komen.
Zolang vrouwen vasthouden aan traditionele familie waarden en moeders vasthouden aan traditionele opvoedingsmethoden, lijken vaders te ontsnappen aan hun verantwoordelijkheden, zowel in Suriname als in Nederland. Zo blijven de verhalen van Romario, Abigail, Michaël en de kinderen van George zich herhalen, generatie na generatie en blijft de afwezige vader altijd aanwezig.
In tegenstelling tot de anderhalf jaar durende greep van COVID-19 heeft de wetenschap bewezen deze strijd te kunnen winnen. Mijn gedachten gaan uit naar alle slachtoffers.
De afgelopen periode hebben we in ons hotel vooral gasten ontvangen die een familielid kwamen begraven.
Nederland steunt Suriname met de ‘afdankertjes’ AstraZeneca. Chapeau voor de vrijwilligers die afreizen om te vaccineren. Zoals de buurvrouw van mijn stiefdochter, die nooit eerder in Suriname is geweest en moedig haar bijdrage levert.
De ‘afdankertjes.’ Wat leeft er bij het Surinaams volk als dit de gedachte is. Argwaan? Angst? Kolonialisme? De doelgroep de ‘Blaka Sma’, letterlijk vertaald ‘zwarte mensen’ is de laatste die Suriname moet verlossen van de pandemie. Deze doelgroep bestaat vooral uit Marrons, aan wie de oproep is gedaan om zich te laten vaccineren. Marrons in Suriname zijn afstammelingen van mensen uit Afrika die door slavenhandelaren naar Suriname zijn gebracht. Zij bevrijdden zichzelf uit de slavernij en vluchtten het oerwoud in. De Marrons kenmerkten zich als zelfredzame mensen die wisten hoe te overleven in het oerwoud waar zij hun cultuur, geloof, familietradities en kunstuitingen in stand hielden. Is het vreemd dat de Marrons de vijandige westerse wereld niet begrijpen en niet vertrouwen? Verklaart dit waarom de nakomelingen van deze doelgroep moeilijk te overtuigen is om zich te laten vaccineren?
Het is 1 juli 2021, Keti Koti – Verbreek de ketenen. Geen spijt maar wel excuses. Voor het eerst in de geschiedenis komt een excuus van een gemeente in Nederland voor het slavernijverleden. Zo maakt de burgemeester van Amsterdam haar excuses voor de betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij de slavenhandel. ‘In Amsterdam verdiende bijna iedereen aan de kolonie Suriname,’ zegt Burgemeester Femke Halsema.
Excuses klinkt als ‘sorry’ maar het neemt niet altijd diepgewortelde gevoelens weg. Evenmin is herstelbetaling de oplossing om de rekening te vereffenen met het koloniale leed. Want aan wie betaal je en hoeveel betaal je? Daden zoals het opnemen van het koloniale verleden in de geschiedenisboeken van Nederland en bijdragen aan het onderhoud van de koloniale monumentale panden in Suriname, gebouwd door de Hollanders, zijn veelbetekenende gebaren. Deze panden zijn zowel Surinaams als Nederlands erfgoed.
Ondertussen gaat het leven gewoon door. Op het Plein in Den Haag zijn de terrassen afgeladen vol. Een biertje op het terras staat symbool voor vrijheid. In Suriname is er een totale lockdown op deze nationale feestdag, de ‘Dag der Vrijheden.’
We hebben de afgelopen anderhalf jaar benut om hotel Holland Lodge Paramaribo nog mooier te maken dan het al was en hebben gasten een verblijf geboden voor de verplichte zeven dagen quarantaine. Nu maken we ons op voor een nieuw tijdperk.
Eén ding is zeker. Zodra ik mijn tweede AstraZeneca-vaccin, waarvan ik de eerste in Suriname heb gekregen, heb gehaald op 2 juli, dien ik opnieuw het verzoek in bij het Consulaat van Suriname in Amsterdam om te mogen reizen naar Suriname. Mijn team heeft me nodig en ik heb mijn team nodig. Net zoals Nederland en Suriname onafscheidelijk aan elkaar verbonden zijn, zijn wij dat ook!
Tek’ a spoiti. Neem de prik. Laat je vaccineren, is de slogan in Suriname. Een grootschalige campagne is opgestart om mensen aan te moedigen zich te laten vaccineren. Gelukkig maar. Terwijl de rest van de wereld langzaam opengaat, ziet Suriname zich geconfronteerd met code zwart. Surinamers aarzelen om zich te laten vaccineren.
Foto’s en filmpjes uit Nederland over mogelijke bijwerkingen en gevaren van het vaccin worden onder de mensen verspreid. In mijn eigen kring blijkt dat ongeveer 6 op de 10 mensen niet gevaccineerd willen worden.
‘Als ik Covid krijg, maak ik afingisoep. Dat doen ze bij ons in het binnenland. Dan ben ik snel weer beter,’ zegt een arbeider van de aannemer.
‘Nee, ik wil nog geen prik. Ik wil eerst zien hoe het met anderen gaat,’ zegt een verpleegkundige notabene op de Covid-afdeling.
‘Ik, een prik! Nee, natuurlijk niet. Ik neem wel het risico om Covid te krijgen. Dan is het mijn karma,’ zegt een 62-jarige.
‘Die vaccins uit Nederland, Astra-sah-niek-kàh, toch? Die zijn gedoneerd door Nederland. Weet je waarom? Omdat ze onbetrouwbaar zijn. Het is afval. En wij mogen het hebben,’ is de reactie van onze lasser.
Allemaal lijken ze bang voor de naald. Ondertussen is het code zwart, met dagelijks een avondklok vanaf 18.00 uur en ieder weekend een lockdown . Het toerisme ligt op z’n gat. De waarde van de Surinaamse dollar is zwaar gedevalueerd. Maar een vaccinatie dat voor iedereen ongeacht leeftijd, ras, geloof of nationaliteit gratis beschikbaar is, wordt in twijfel getrokken. Vol verwondering volg ik de negatieve geruchten over het vaccin. Hebben we eindelijk HET middel naar het normale leven waar we zolang op zitten te wachten wordt het middel in twijfel gebracht.
Geen vaccin, geen IC bed… zou dat helpen? En dat blijkt te helpen, sinds vorig weekend, toen een patient overleed omdat er geen bed en geen zuurstof meer beschikbaar was.
Afgelopen woensdag mocht het onderwijspersoneel zich collectief laten vaccineren. Dat was niet aan dovemansoren gericht. De hele dag stroomden er mensen naar de vaccinatiebureaus. Tot ver na de avondklok stonden mensen in de rij om zich te laten vaccineren. De politie ging langs om poolshoogte te nemen wat er gaande was. Ze lieten het vaccineren doorgaan. Het vertrouwen in het vaccin is er ineens.
Het is zoals Quintis Ristie (de Lassie toverrijst held van de Nederlandse reclame) het zegt op de Surinaamse televisie: Het is niet of je Covid krijgt maar wanneer je het krijgt. Tek’ a spoiti!
Wat hebben de Polen in Nederland en de Cubanen in Suriname met elkaar gemeen? Op 15 juni 2015 werd hotel Holland Lodge Paramaribo met het bijbehorend restaurant Lounge 67, feestelijk geopend. Ondanks dat we bewust ‘Holland’ in de naam van het hotel gekozen hadden, besloten we om de opening een Latijns tintje te geven. Waarom?
Het was tijdens de tweede regeerperiode van Bouterse. Reizen van Havana naar Paramaribo en vice versa werd in die tijd toegankelijk gemaakt door rechtstreekse vluchten. Een visum naar Paramaribo was niet nodig. De handelsmissie tussen Suriname en Cuba werd een feit. Of het staatshoofd uit eigen belang dikke maatjes met de Cubaanse staatshoofd Castro werd, laat ik hier in het midden. De weg naar Suriname werd geopend voor Cubaanse artsen, muzikanten en dansers. Dansers bewogen als losgelaten elastiekjes en danseressen traden op in weelderige pikante kostuums met veren op hun heupen, in hotels en discotheken. En wie wordt er nou niet warm van zwoele salsamuziek? Het viel ook in de smaak bij de Surinamers. De Latino’s werden ware blikvangers. Voldoende reden voor Holland Lodge Paramaribo om het openingsfeest een Latijns tintje te geven. We werden verrast door het bloemstukje van president Bouterse en de First Lady, en door de aanwezigheid van de Nederlandse ambassadeur, Ernst Noorman.
Inmiddels zijn de meeste dansers uit Suriname vertrokken. Daarvoor in de plaats werken er momenteel duizenden Cubanen in alle sectoren van de economie. In eigen land hebben zij immers een gratis opleiding genoten. Zij verrichten het werk dat Surinamers niet willen of kunnen doen. Sommige Cubanen maken gebruik van Suriname als tussenstop naar Amerika, het beloofde land. Zo ook onze vaste zanger, Angel Manuel, tegenwoordig Angel Nova, met 283.000 volgers op Instagram en te beluisteren op Spotify. Deze gelukszoeker is geslaagd. Cubanen, Venezolanen, Dominicanen, Haïtianen, Brazilianen en ‘nieuwe’ Chinezen, naast Creolen, Hindoestanen, Javanen, ‘oude’ Chinezen, Indianen en Nederlanders, vertegenwoordigen het Suriname van vandaag. Het integratieproces verloopt geleidelijk. Zolang Nederland Nederland is, zijn er migranten die het werk doen dat Nederlanders niet willen doen. Zo is ook Suriname Suriname, waar migranten het werk doen dat Surinamers niet willen doen.
Zowel in Nederland als in Suriname is men weleens van mening dat Suriname een derdewereldland is. Ik ben van mening dat Suriname net zo gewild is voor Zuid-Amerikaanse migranten als Nederland voor Polen is.