Uitgelicht

Is een short-time hotel hetzelfde als een sexhotel?

Als het integratieproces je zover heeft gebracht dat je jezelf bijna Surinamer mag noemen, dan zal je begrijpen waarom Surinamers en short-time hotels onafscheidelijk zijn.

In het jaar dat D.D. Bouterse dictator af was en het Surinaamse volk hem koos als president, in combinatie met een gunstig offshore project die mijn eega in Suriname mocht leiden en ik nog niet wist dat ik de liefde voor het land, waar ik wel geboren ben maar niet getogen, zo zou gaan koesteren ondanks de presidentiële eigenaardigheden maar ook de take-it-easy spirit, overvolle kindertehuizen, en het begrip buitenvrouwen en -mannen, maakte ik voor het eerst in mijn leven kennis met het begrip short-time hotel.

Ik hoef geen onderzoek te doen naar het aantal bezoekers van short-time hotels in Suriname, om vast te stellen dat de behoefte groot is. En al zou ik dat wel doen, dan zal het onderzoek toch in twijfel gebracht worden, omdat geen Surinamer zal bekennen ooit een short-time hotel te hebben bezocht. Het aantal short-time hotels liegt er niet om. In iedere wijk is wel minstens één hermetisch afgesloten perceel met hoge muren waarop een betonnen blok, met stalen roldeuren in een rij, staat. Je rijd je auto door de poort naar een van de roldeuren. Roldeur gaat open, je parkeert je auto, roldeur sluit. Er zijn in Suriname minstens net zoveel short-time hotels als ‘gewone’ hotels waar je wèl een overnachting met een ontbijtje kan boeken en de kentekenplaat van je auto gewoon zichtbaar is.

Het was 2014 en ik was nog eigenaar van Cosy Home and Living-Huishureninsuriname.nl, een bemiddelingsbureau voor (vakantie)huizen. We werden benaderd door een eigenaar van een complex aan de Mahonylaan, dat in het centrum van Paramaribo ligt, met de vraag of wij interesse hadden om dit complex te verhuren. Roshni en Robin, medewerkers van het bedrijf, brachten een bezoek. Zij maakten de inschatting dat dit object niet paste binnen ons concept. Ik bekeek de foto’s en werd nieuwsgierig en besloot om ook een bezoekje te brengen voordat we zouden afblazen.

Tijdens de rondleiding door het gitzwart geverfde gebouw viel me op, dat in een aantal kamers smalle spiegels van circa dertig centimeter breed, horizontaal op heuphoogte bevestigd waren. Op de begane grond waren de entrees van de kamers gescheiden door hoge houten schotten. ‘Bijzonder dat de spiegels op heuphoogte hangen. Je hebt er meer aan als ze rechtop staan. Dan hoef je niet zo te bukken om je gezicht te zien,’ zei ik tegen de man van Hindoestaanse afkomst die me rondleidde. Hij knikte en bevestigde mijn advies. Het object paste inderdaad niet binnen ons concept, maar ik zag het wel zitten om het complex over te nemen en er een studentenhuis van te maken. Immers, we konden in die periode de vraag naar studentenhuizen niet aan. En de houten schotten, zouden perfect zijn om een fiets tegenaan te stallen.

Suriname werd ontdekt door Nederlandse stagiaires. Circa drieduizend stagiaires wisten ieder jaar de weg naar Suriname te vinden. In de zorg, in het onderwijs maar ook bij ons op kantoor. Behalve de diaspora, die na de onafhankelijkheid een goede bron van inkomsten voor Suriname was, werd het land nu ook door andere Nederlanders als vakantieland ontdekt. Hoe leuk is het om aan je buren, uit de rijtjeshuis in je straat, te vertellen dat je een land bezocht hebt, waar zij nog nooit geweest zijn. Nee, deze keer was het geen Spanje, geen Frankrijk, geen Thailand, geen all-inclusive Turkije maar…….. Suriname, het land van duizend kleuren groen, gastvrijheid en lekker eten. Het land waar je diep in de jungle gewoon Nederlands praat. Waar de Indianen en Marrons je in het Nederlands antwoorden. Hoe geweldig!

Pas veel, veel later, toen het contract voor overname van dit gitzwart complex getekend was en ik een kapitaal aan een renovatie had uitgegeven, werd het me duidelijk waarom de spiegels horizontaal hingen. Een studentenhuis is het nooit geworden. Door mijn gebrek aan medeweten wist ik niet wat ik nu weet en deed ik niet wat ik nu doe. Het kan soms geen kwaad om niet alle feiten te kennen. Dat belemmert het maken van keuzes. Had ik geweten dat ik een short-time hotel had overgenomen dan had ik mijn kans misgelopen om eigenaar te zijn van een prachtig boutique hotel, Holland Lodge Paramaribo. God bestaat: ‘She blessed me.’

Veel Surinamers wonen vanwege economische redenen in een family compound. ‘Logisch toch, dat je dan naar een short-time hotel gaat voor een beetje privacy,’ zei Marlène tijdens een koffie moment op het terras. ‘Je hebt anders continue je familie om je heen.’ ‘Goh,’ zei ik. ‘En ik maar denken dat ze daar zitten te …. met hun buitenvrouw of buitenman.’ Ik had het echt mis! In Nederland zijn hotels sinds de Corona uitbraak innovatiever geworden met de verkoop van hun kamers. Een van de grotere hotelketens, een vooraanstaand familiebedrijf, biedt tegenwoordig ook kamers overdag aan, voor enkele uurtjes tot een dagdeel. Om welke reden? Family compound?

Wat zullen de mensen zeggen?

Over schaamte, stilte en suïcide


Vandaag, 10 september, is het Wereld Suïcide Preventie Dag. De dag waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor suïcide en het belang van preventie. De oproep is om erover te praten en niet om alleen met de gedachten en gevoelens te blijven rondlopen.

Wat gebeurt er wanneer iemand wél probeert te vertellen of te laten zien dat het niet goed gaat?

Is er dan iemand die werkelijk luistert? En misschien nog belangrijker: voelt iemand zich veilig genoeg om te vertellen wat er werkelijk speelt?

Wat zullen de mensen zeggen?

Tijdens een gesprek met mijn coach kwamen we onlangs te spreken over familie. Ik probeerde uit te leggen hoe belangrijk familie binnen de Hindostaanse cultuur kan zijn. We zijn betrokken bij elkaar, helpen elkaar en komen bij elkaar op verjaardagen, feestdagen, huwelijken en andere belangrijke momenten.

En we weten vaak veel van elkaar. Wie met wie trouwt, wie gaat scheiden, wiens kind te weinig op bezoek komt, wie ruzie heeft met wie, wie op een verjaardag niet netjes heeft gegroet. Over elkaar praten kunnen we soms heel gemakkelijk. Maar over de werkelijk moeilijke dingen kunnen we opvallend stil zijn.

Misschien uit bescherming. Misschien omdat we niet weten wat we moeten zeggen. Misschien uit schaamte of uit angst voor het oordeel van anderen.

Wat zullen de mensen zeggen?

Die woorden zijn voor veel mensen herkenbaar, en zeker niet alleen binnen de Hindostaanse gemeenschap.

Want wat gebeurt er wanneer je leven niet meer voldoet aan het beeld van hoe het zou moeten zijn? Wanneer bijvoorbeeld je relatie niet goed gaat of je psychisch vastloopt? Word je dan opgevangen, of word je beoordeeld?

En hier ligt een verbinding tussen oordeel, schaamte en zwijgen. Als we bang zijn om veroordeeld te worden, kunnen we ons gaan schamen voor datgene waar we hulp bij nodig hebben. En wanneer we ons schamen, wordt praten steeds moeilijker.

Mijn tante

Binnen mijn familie overleed lang geleden een tante door suïcide. Ze leefde in een tijd en in omstandigheden waarin het voor een vrouw met kinderen bijzonder moeilijk kon zijn om een ongelukkig huwelijk te verlaten. Ik weet niet wat er in haar was omgegaan en wil het verhaal achteraf niet voor haar invullen. Maar ik weet wel: De mensen om haar heen wisten dat het niet goed ging.

De problemen in haar huwelijk waren bekend. En toch werd er gezwegen en werd er weggekeken. En dat houdt mij bezig. En vooral de vraag: Waarom zwegen de mensen om haar heen terwijl ze wisten dat het niet goed ging?

Ik heb die vraag niet om mijn familie achteraf de schuld te geven. Mensen leefden in een andere tijd. Er werd anders gedacht over psychische problemen, over huwelijk en scheiding, over de positie van vrouwen en over wat je wel en niet met anderen besprak. Misschien wisten mensen werkelijk niet wat ze moesten doen. Maar haar verhaal stelt mij vandaag weer de volgende vraag. Hoeveel is er werkelijk veranderd?

Hij is overleden aan verdriet

Recent werd ik in Nederland opnieuw geconfronteerd met een suïcide binnen mijn familie. Ik zal niet schrijven wie hij was of wat eraan voorafging. Dat is niet mijn verhaal om openbaar te maken. Maar iets viel mij op. Het woord suïcide werd niet gebruikt. In plaats daarvan werd gezegd: Hij is overleden aan verdriet.

Die woorden bleven bij mij hangen. Er zit iets zachts in. Misschien zelfs iets liefdevols. Want achter een suïcide kan een onvoorstelbaar verdriet schuilgaan. Maar tegelijkertijd vroeg ik mij af: Waarom kunnen we het verdriet wel benoemen en de suïcide niet? Is het woord te pijnlijk? Is het de schaamte? Of speelt ergens op de achtergrond toch weer die oude vraag mee: Wat zullen de mensen zeggen?

En dit was niet gebeurd in Suriname. Dit gebeurde in Nederland. Je kunt naar een ander land verhuizen. Je kinderen kunnen daar opgroeien. Volgende generaties kunnen daar geboren worden. Maar daarmee verdwijnen niet automatisch de culturele overtuigingen. We nemen bij migratie niet alleen recepten, muziek, taal, feesten en familietradities mee.

We nemen ook ideeën mee, wat hoort en wat niet hoort. Over het huwelijk, een scheiding of de familie-eer. Over wat je binnenshuis houdt en wat anderen van je mogen weten. En er zijn overtuigingen die je houvast geven maar er zijn overtuigingen die het moeilijk maken om te zeggen: Het gaat niet goed met mij.

Suriname én Nederland

Suïcide in Suriname laat cijfers zien dat Suriname al lange tijd met een ernstig probleem kampt.

De Wereldgezondheidsorganisatie schreef in 2024 dat Suriname het op één na hoogste suïcidecijfer heeft in Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied . Volgens internationaal vergelijkbare WHO-cijfers over 2021 overleden in Suriname 138 mensen door suïcide. Het leeftijdsgestandaardiseerde cijfer bedroeg 22,5 per 100.000 inwoners.

De WHO benadrukt: achter suïcide ligt zelden één oorzaak. Het gaat vaak om een combinatie van omstandigheden. Familie of relatieproblemen, financiële zorgen, fysiek of emotioneel geweld, alcohol of drugsgebruik, psychische problemen en andere vormen van ernstige stress spelen een rol.

En dan kom ik terug bij het verhaal van mijn tante, hoe moeilijk was het voor haar om te zeggen dat het niet goed ging? En wat gebeurde er toen de mensen om haar heen wisten dat het niet goed ging?

Hindostanen in Nederland

Die vragen houden niet op bij Suriname. Ook in Nederland is onderzoek gedaan naar suïcidaal gedrag binnen de Surinaamse en Hindostaanse gemeenschap.

Onderzoek dat in 2006 werd gepubliceerd, liet zien dat jonge Hindostaanse vrouwen in Nederland destijds vier keer zo vaak een suïcidepoging deden als jonge Nederlandse vrouwen. De onderzoekers wezen daarbij niet naar één eenvoudige culturele oorzaak. Zij beschreven juist een samenspel van persoonlijke omstandigheden, familieverhoudingen, autonomie, verwachtingen en genderrollen.

Deze specifieke onderzoeken naar Hindostaanse vrouwen in Nederland zijn inmiddels oud. We kunnen op basis daarvan niet zeggen dat dezelfde verhoudingen vandaag nog gelden.

Maar de vragen die eruit voortkomen zijn voor mij nog altijd relevant. Wanneer je relatie of huwelijk niet goed gaat, maar uit elkaar gaan nauwelijks bespreekbaar is? Wanneer je keuzes wilt maken die niet passen binnen het beeld dat andere familieleden voor je hebben? Wanneer je psychisch vastloopt, maar tegelijkertijd bang bent voor het oordeel dat volgt als je daarover praat?

Ik wil niet beweren dat de Hindostaanse cultuur suïcide veroorzaakt. Dat zou veel te eenvoudig zijn en doet geen recht aan de complexiteit van suïcide. Mijn vraag is een andere:

Hoe gemakkelijk is het binnen families en gemeenschappen om te zeggen dat het psychisch niet goed met je gaat?

En misschien nog belangrijker:

Wat gebeurt er wanneer je het wél zegt?

Praten vraagt om iemand die luistert

We zeggen vaak: Praat erover. En terecht. Maar praten bestaat nooit uit één persoon. Aan de andere kant moet iemand zitten die kan luisteren. Iemand die niet onmiddellijk oordeelt. Die niet meteen oplossingen aandraagt. Die niet eerst denkt aan de reputatie van de familie of aan wat anderen ervan zullen vinden. Iemand bij wie je niet eerst hoeft te bedenken welke delen van je verhaal je wel en niet mag vertellen. Misschien is dat wel wat emotionele veiligheid betekent. Dat je kunt zeggen: Het gaat niet goed met mij. Ik red het niet. Ik heb hulp nodig.

En dat het antwoord niet begint met schaamte of oordeel. Maar met: Vertel maar. Ik luister.

Laten we op deze Wereld Suïcide Preventie Dag denken aan de mensen die we door suïcide zijn verloren. Aan de mensen die vandaag misschien in stilte worstelen. En aan de families en vrienden die na een suïcide met vragen achterblijven waarop soms nooit een antwoord komt.

Laten we ook aandacht geven aan de mensen aan de andere kant van het gesprek. Want suïcidepreventie gaat niet alleen over de moed vinden om te spreken. Het gaat ook over het creëren van een omgeving waarin iemand zich veilig genoeg voelt om te spreken.

Misschien moeten we daarom iets minder vaak vragen: Wat zullen de mensen zeggen? En iets vaker: Hoe gaat het werkelijk met je? Kom binnen. Vertel maar. Ik luister.

Bronnen

World Health Organization (2024), Suicide prevention in Suriname: strengthening multisectoral collaboration.

World Health Organization (2025), Suicide worldwide in 2021: global health estimates.

Graafsma, T., Westra, K. & Kerkhof, A.J.F.M. (2016), Suicide and attempted suicide in Suriname: the case of Nickerie, Academic Journal of Suriname, 7, 628–642.

Van Bergen, D.D., Smit, J.H., Kerkhof, A.J.F.M. & Saharso, S. (2006), Gender and cultural patterns of suicidal behavior: young Hindustani immigrant women in the Netherlands, Crisis, 27(4), 181–188.

Van Bergen, D.D., Van Balkom, A.J.L.M., Smit, J.H. & Saharso, S. (2012), “I felt so hurt and lonely”: suicidal behavior in South Asian-Surinamese, Turkish, and Moroccan women in the Netherlands, Transcultural Psychiatry, 49(1), 69–86.

Matheus

Ik kan mijn kaartje met de toegangscode van mijn hotelkamer nergens vinden. Nog een keer in mijn tas. Op het tafeltje. Naast het bed. Niets.

Uiteindelijk besluit ik maar zonder kaartje te vertrekken. Bij terugkomst vraag ik het wel aan de receptie. Mijn Uberchauffeur staat ondertussen al te wachten. In de app verschijnen een paar keer vraagtekens. Waar blijf ik? Ik haast me naar beneden en stap in een witte Renault.

Mijn chauffeur heet Matheus. Mijn Portugees is beperkt, dus mijn vertaler gaat aan. En zo beginnen we te praten. Matheus vraagt waar ik vandaan kom.

“Holland”, zeg ik. Hij begrijpt me niet. “Holland.” Nog steeds niets.

Dan valt mijn oog op een voetbalvaantje bij zijn voorruit. Ik moet denken aan mijn vorige chauffeur, die Johan Cruijff kende. Ik probeer het anders.

“Johan Cruijff?”

Nee. Geen herkenning.

Dan ineens: “Ah, Hollanda!”

“Ja. Hollanda.”

Hij vertelt zelf dat hij Arjen Robben wel kent. Op basis van deze volstrekt onwetenschappelijke voetbaltest besluit ik dat Matheus ergens in de twintig moet zijn.

Ik vertel hem dat ik in Nederland woon, maar in Suriname werk. Dat ik vanuit Paramaribo een paar dagen naar Belém ben gekomen. De rechtstreekse vlucht was voor mij eigenlijk doorslaggevend.

Hij vraagt of Nederland een euro- of een dollarland is. Euro, vertel ik hem. Hij vertelt iets over een vriendin die euro’s heeft en daarna nog iets over geld. Wat hij precies bedoelt, begrijp ik niet helemaal. Of liever gezegd: misschien wíl ik het niet helemaal begrijpen.

Er schiet iets door mijn hoofd. Jonge knul. Wel erg geïnteresseerd in geld. En vrijwel meteen daarna betrap ik mezelf. Is dat niet gewoon een vooroordeel? Hij stelt een vraag over euro’s. Meer niet. Waarom maak ik daar in mijn hoofd meteen een verhaal van? Blijkbaar heeft een vooroordeel maar een paar seconden nodig. We rijden verder door Belém.

Mattheus vertelt over de stad. Voor COP30 is er volgens hem flink opgeknapt, maar nu ziet hij alweer plekken die zichtbaar achteruitgaan. COP30, de dertigste VN-klimaatconferentie, vond in november 2025 plaats in Belém. De stad moest zich toen van haar beste kant laten zien. Even later wijst hij naar een gebouw op een hoek.

“Meer dan een miljoen waard,” vertelt hij. “Van de gouverneur van Belém.”

Ik vraag of het dan een overheidsgebouw is of privébezit.

“Geen van beide,” antwoordt hij.

Geen van beide? Ik weet niet of er iets verloren gaat in de vertaling, of Mattheus niet precies weet hoe het zit, of dat ik hem gewoon niet goed begrijp. Ik besluit er niet verder op in te gaan. En dan komt dé vraag. De Zuid-Amerikaanse vraag, denk ik. 😉

“Bent u hier alleen? Is uw man ook hier? Of heeft u geen man?”

Ik vertel hem dat ik een man heb en dat hij ook in Belém is. “Hij is in het hotel.”

Dat laatste verzin ik ter plekke. Waarom? Geen idee. Misschien omdat het een gemakkelijk antwoord is. Misschien omdat ik geen zin heb in vervolgvragen. En eigenlijk is dat best grappig.

Ik zit Mattheus tijdens deze rit te observeren en probeer betekenis te geven aan wat hij zegt. Ondertussen geef ik hem zelf informatie waarmee hij mij probeert te begrijpen en die informatie klopt niet eens helemaal. Zijn vraag blijft wel bij me hangen. Zou een Uberchauffeur in Nederland mij vragen of ik een man heb? Ik denk het niet. En een chauffeur in Suriname? Daar zou de vraag me waarschijnlijk veel minder verbazen. Waarom eigenlijk?

Is het nieuwsgierigheid? Bemoeizucht? Een andere manier van contact maken? Of is het vooral mijn eigen culturele meetlat waarmee ik bepaal welke vragen wel en niet normaal zijn? Even later komen we aan. Matheus zet me af bij het cultureel evenement. Er is muziek en er staan kraampjes met zelfgemaakte producten, vintage kleding en sieraden. Op deze markt zijn het de vrouwen die de toon zetten.

Ik loop langs de kraampjes en kijk wat rond. En dan zie ik bij een van de vrouwen een tas. Amsterdamse grachtenpanden. En daaronder, in grote letters: HOLLAND. Ik moet lachen. Daar is ze weer. Hollanda.

Nog geen twintig minuten geleden begreep Matheus niet wat ik bedoelde toen ik “Holland” zei. Johan Cruijff hielp niet, maar uiteindelijk kwamen we toch bij Hollanda uit. En nu sta ik hier, op een vrouwenmarkt in Belém, naast een Braziliaanse vrouw met een tas waarop precies dat woord staat. Natuurlijk moet daar een foto van worden gemaakt.

Wonen in Nederland, werken in Suriname en voor een paar dagen in Brazilië. Soms komen die werelden op de meest onverwachte plekken even bij elkaar. Terwijl ik verder loop, denk ik nog even aan Matheus. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam, met welk geld we in Nederland betalen en of ik een man had.

Ik wilde weten hoe oud hij ongeveer was, waarom hij zo geïnteresseerd leek in geld, of zijn verhaal over de gouverneur wel klopte en waarom hij wilde weten of ik een man had. We waren eigenlijk allebei bezig de ander een beetje te plaatsen. Misschien doen we dat voortdurend.

We kijken naar iemand, horen een paar zinnen en vullen wat we niet weten zelf in. Ik dacht dat ik tijdens die Uberrit vooral Matheus aan het observeren was. Misschien was Matheus gewoon Matheus. En kwam ik onderweg vooral mezelf een paar keer tegen.

De buitenvrouw

🎧 Luister je liever? Beluister hieronder de ingesproken versie van deze blog.

“Ga je echt met je man naar Suriname?”

Zestien jaar geleden kreeg ik die vraag meerdere keren toen mijn man voor zijn werk naar Suriname werd uitgezonden.

“Daar heeft toch iedere man een buitenvrouw? Durf je dat wel aan?”

Ik moest lachen.

“Als mijn man bij me weg wil,” antwoordde ik, “kan ik hem toch niet vastbinden.”

Destijds dacht ik niet veel verder na over die opmerking.

Tot ik jaren later op een middag op het terras van mijn hotel in Paramaribo zat.

Hij was een vaste gast. Een zakenrelatie. Meestal zat hij daar met een koud Parbo Bier in zijn hand, maakte een grapje en praatten we over de Surinaamse politiek, de economie en het dagelijkse leven.

Maar die middag was anders.

Hij keek voor zich uit.

“Mijn vrouw is bij me weg,” zei hij.

“Na twintig jaar.”

“Waarom?” vroeg ik.

Hij keek me aan alsof ik het antwoord al wist.

“Ze weet nu van mijn buitenvrouw.”

Ik liet een stilte vallen.

“Waarom had je eigenlijk een buitenvrouw?”

Hij haalde zijn schouders op.

“Ach… je weet toch. Als al mijn matties een buitenvrouw hebben, dan moet je dat ook toch.”

Ik keek hem aan.

Twintig jaar huwelijk.

Voorbij.

En als verklaring kreeg ik één zin.

“Als al mijn matties dat doen…”

Ik wist niet of ik moest lachen of huilen.

Dat gesprek is me altijd bijgebleven.

Niet omdat hij een buitenvrouw had.

Maar vanwege de vanzelfsprekendheid waarmee hij het vertelde. Alsof hij uitlegde waarom hij een ander merk bier had gekozen.

Zijn antwoord bleef in mijn hoofd hangen.

Blijkbaar kan de invloed van vrienden soms groter zijn dan de belofte die je ooit aan je partner hebt gedaan.

Vreemdgaan bestaat overal ter wereld. Daar is Suriname niet uniek in. Maar waarom hebben wij er een eigen woord voor? Waarom heet zij een buitenvrouw?

Die vragen lieten me niet meer los. Wat begon met een opmerking vóór onze reis naar Suriname en jaren later werd versterkt door een gesprek op het terras van mijn hotel, groeide uit tot een zoektocht naar de herkomst van één bijzonder woord.

Het woord buitenvrouw kende ik al voordat ik wist wat liefde eigenlijk betekende. Niet omdat er thuis veel over werd gesproken, maar omdat het af en toe opdook in verhalen.

Later hoorde ik steeds vaker soortgelijke verhalen. Over mannen met meerdere gezinnen. Over vrouwen die daarmee moesten leven. En over kinderen die opgroeiden met de gevolgen van keuzes die zij zelf nooit hadden gemaakt.

Er werd niet over gesproken.

Maar iedereen wist het.

Ook in mijn eigen familie speelde dit. Zowel aan de kant van mijn vader als van mijn moeder. Juist daarom is dit onderwerp voor mij geen abstract begrip of een verhaal van ‘anderen’. Het maakt deel uit van de werkelijkheid waarin ik ben opgegroeid.

Tijdens mijn zoektocht merkte ik hoeveel verhalen ik tegenkwam over mannen die naast hun huwelijk nog een tweede gezin hadden. Gaandeweg realiseerde ik me dat ook mensen die dicht bij mij stonden onderdeel waren van die werkelijkheid. Dat maakte mijn zoektocht persoonlijker dan ik vooraf had gedacht.

In veel gevallen leken de vrouwen daarvan op de hoogte te zijn. Dat maakte het niet minder pijnlijk, maar het leek soms een werkelijkheid waarmee mensen hadden leren leven.

Juist daardoor bleef één vraag steeds terugkomen.

Waarom bestaat er voor dit verschijnsel een eigen naam?

Die zoektocht leverde meer vragen dan antwoorden op. Over de oorsprong van het woord is verrassend weinig met zekerheid bekend. Het bestaat al tientallen jaren in het Surinaams-Nederlands, maar wanneer het precies is ontstaan en wie het voor het eerst gebruikte, heb ik niet kunnen achterhalen.

Onderweg vroeg ik me van alles af. Speelde de geschiedenis een rol? Waren er in bepaalde perioden meer vrouwen dan mannen? Of hadden juist de sociale normen van die tijd de grootste invloed? Ik heb daar geen definitief antwoord op gevonden. Misschien is het wel een combinatie van al die factoren.

Nog een vraag liet me niet los.

Is de buitenvrouw eigenlijk verbonden aan één bepaalde bevolkingsgroep in Suriname?

Mijn gevoel zegt van niet.

Ik heb verhalen gehoord uit verschillende hoeken. Niet overal even zichtbaar en zeker niet overal even geaccepteerd, maar het lijkt zich niet netjes langs grenzen te laten indelen.

Wellicht verschilt vooral hoe ermee wordt omgegaan.

In de ene familie wordt erover gepraat.

In een andere wordt er gezwegen.

Soms weet iedereen het, behalve degene die het officieel niet mag weten.

En misschien spelen tradities, verwachtingen, afhankelijkheid of simpelweg de wens om de rust te bewaren daarbij een rol.

Maar ook hier wil ik voorzichtig zijn.

Het bestaan van het woord buitenvrouw betekent niet dat Surinaamse mannen vaker vreemdgaan dan mannen ergens anders.

Ook in Nederland gebeurt het.

Alleen noemen we het anders.

Een affaire.

Een minnares.

Overspel.

Andere woorden.

Dezelfde pijn.

En toen kwam er nog een gedachte bij me op.

Als er een buitenvrouw bestaat, waarom hoor je dan bijna nooit over een buitenman?

Hebben vrouwen die niet?

Natuurlijk wel.

Of kijken we er gewoon anders naar?

Waarom kreeg juist de vrouw een eigen naam?

En niet de man die dezelfde keuze maakte?

Ik heb daar geen antwoord op gevonden.

Maar die vraag liet me sindsdien niet meer los.

Misschien zegt taal meer over een samenleving dan we zelf beseffen.

Woorden ontstaan immers niet zomaar. Ze ontstaan omdat mensen iets herkennen, benoemen en blijven gebruiken. Soms verdwijnen woorden weer. Andere blijven bestaan, omdat ze kennelijk iets beschrijven dat generaties lang herkenbaar is.

Terwijl ik hierover nadacht, moest ik steeds terugdenken aan die ene zin op het terras.

“Als al mijn matties dat doen…”

Misschien was dat wel de zin die me het meest aan het denken zette. Niet omdat hij daarmee zijn keuze verklaarde, maar omdat hij liet zien hoe groot de invloed van onze omgeving kan zijn.

Hoeveel keuzes maken we eigenlijk zelf?

En hoeveel nemen we ongemerkt over omdat we denken dat het zo hoort?

Ik schrijf deze blog niet omdat ik antwoorden heb.

En ook niet om iemand te veroordelen.

Iedereen in dit verhaal is een mens.

Met verlangens.

Met twijfels.

Met keuzes.

En met de gevolgen daarvan.

Misschien is het enige wat ik wil doen, het gesprek een beetje openen.

Niet alleen over de buitenvrouw.

Maar ook over wat we normaal vinden.

En waarom.

Misschien is dat wel de reden dat dit woord me blijft bezighouden. Niet omdat het alleen over ontrouw gaat, maar omdat het laat zien hoe taal, cultuur en menselijke keuzes met elkaar verweven kunnen raken.

Wanneer wordt iets dat eigenlijk pijn doet, toch zo gewoon dat niemand zich nog afvraagt waarom we het normaal zijn gaan vinden?

Cultuur ontstaat niet vanzelf.

Wij geven er, bewust en onbewust, elke dag opnieuw vorm aan.

Misschien begint dat niet met de vraag:

“Wat doet iedereen?”

Maar met een andere vraag.

“Wat voelt voor mij eigenlijk goed?”

Meer dan een geboortejaar

Tot welke generatie behoor jij?

Het lijkt tegenwoordig een belangrijke vraag. Babyboomer, Generatie X, Millennial, Generatie Z. We plakken graag labels op elkaar. Alsof een geboortejaar meteen vertelt wie je bent, hoe je denkt en wat je van de wereld vindt. Hoe ouder ik word, hoe meer ik eraan twijfel.

Die twijfel begon eigenlijk toen een vriendin van 82 mij een boek gaf over generaties. Volgens de stereotype beschrijvingen zou zij moeite moeten hebben met veranderingen, geen idee hebben wat er in de wereld speelt en vooral terugverlangen naar vroeger. In werkelijkheid was zij degene die mij aan het denken zette over de toekomst.

Dat was het moment waarop ik dacht: misschien zijn generatiehokjes niet altijd zo betrouwbaar als we denken.

Opgroeien tussen verschillende werelden

Ik groeide op in Nederland. Tenminste, fysiek dan. Veel van de waarden die ik meekreeg kwamen niet zozeer uit Nederland, maar uit de cultuur waarin mijn ouders waren opgegroeid. Respect voor ouderen, verantwoordelijkheid nemen en rekening houden met de familie waren vanzelfsprekend.

Op school leerde ik zelfstandig te zijn, in een Nederlandse samenleving waarin vrijheid, zelfstandigheid en persoonlijke keuzes belangrijke waarden waren. Achteraf zie ik dat ik voortdurend tussen die twee werelden bewoog zonder dat ik mij daar als kind bewust van was.

Mijn herinneringen aan Suriname zijn gevuld met regenbuien waarin we buiten speelden zonder ons druk te maken over natte kleren en vieze voeten. Als het regende, renden we juist naar buiten.

In Nederland leek regen vooral iets waartegen je beschermd moest worden. Daar gingen de capuchons omhoog, de paraplu’s open en werden kinderen naar binnen geroepen. Niet beter of slechter. Maar anders. Niet iedereen zag regen als een uitnodiging.

Mijn generatie? Welke bedoel je?

Mijn jeugd werd niet alleen gevormd door het Nederland van de jaren zeventig en tachtig. Ook de cultuur van mijn ouders, de verhalen die ik hoorde, de band met Suriname en de Indiase tradities maakten mij tot wie ik werd. Dat is precies waarom ik soms moeite heb met generatie-indelingen.

Want ben ik dan vooral een Generatie X’er? Of ben ik ook een kind van Surinaamse verhalen, Hindostaanse waarden, Nederlandse scholen en tropische regenbuien?

Dat laatste voelt eerlijk gezegd dichter bij de waarheid. Als ik eerlijk ben, voel ik mij minder een Generatie X’er dan iemand die is gevormd door twee landen, verschillende culturen, familieverhalen en herinneringen die zich niet in een generatiehokje laten vangen.

Wat de ondernemer in mij ziet

Als ondernemer in Suriname kijk ik misschien ook anders naar generaties dan veel boeken beschrijven. Ik zie dagelijks mensen van verschillende leeftijden samenwerken. En eerlijk gezegd houden ze zich lang niet altijd aan de regels van hun generatie.

Soms heb ik meer aan een medewerker van zestig die nieuwsgierig blijft, wil leren en openstaat voor verandering dan aan iemand die dertig jaar jonger is. En soms verrast juist een jonge medewerker mij met een idee waarvan ik denk: waarom heb ik dat zelf niet bedacht? Daardoor ben ik voorzichtig geworden met uitspraken over generaties. Leeftijd vertelt slechts een klein deel van het verhaal.

Minstens zo belangrijk zijn de omgeving waarin iemand opgroeit, de kansen die iemand krijgt, de cultuur waarin iemand leeft en de ervaringen die iemand opdoet.

De generatie van nu

Wanneer ik naar jongere generaties kijk, zie ik verschillen tussen Suriname en Nederland. In Suriname ontmoet ik veel jonge mensen die nieuwsgierig zijn naar de wereld buiten hun landsgrenzen. Ze willen reizen, studeren, nieuwe ervaringen opdoen en ontdekken wat er mogelijk is. Misschien komt dat doordat Suriname een relatief klein land is. De wereld ligt letterlijk verder weg. En wat ver weg ligt, krijgt vaak iets aantrekkelijks.

In Nederland zie ik weer andere accenten. Veel mogelijkheden zijn al binnen handbereik. Daardoor gaan gesprekken vaker over identiteit, persoonlijke ontwikkeling en de vraag wie je eigenlijk wilt zijn. Natuurlijk zijn dit geen vaste regels.

Maar het laat wel zien dat een generatie niet alleen wordt gevormd door leeftijd, maar ook door de omgeving waarin je opgroeit.

Meer dan een geboortejaar

Hoe ouder ik word, hoe meer ik merk dat mensen vaak veel complexer zijn dan de generatie waartoe ze officieel behoren. Mijn vriendin van 82 jaar blijft daar voor mij het mooiste voorbeeld van. Volgens de stereotype beschrijvingen zou zij degene moeten zijn die zegt: “Vroeger was alles beter.” In werkelijkheid is zij vaak degene die mij op nieuwe ideeën brengt. Misschien geldt dat wel voor meer mensen.

Mijn vader groeide op in Suriname. Ik groeide op in Nederland. De jongeren van nu groeien weer op in een andere werkelijkheid dan die van mij. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik geloof dat geschiedenis, cultuur, familie en omgeving minstens zo bepalend zijn als een geboortejaar.

Misschien hebben we daarom minder behoefte aan hokjes en meer aan nieuwsgierigheid naar elkaars verhaal. Want uiteindelijk zijn we allemaal meer dan een generatie.


De meest gebruikte generatie-indeling

Stille Generatie: 1928 – 1945
Babyboomers: 1946 – 1964
Generatie X: 1965 – 1980
Millennials (Generatie Y): 1981 – 1996
Generatie Z: 1997 – 2012
Generatie Alpha: vanaf 2013

Deze indeling wordt wereldwijd veel gebruikt. Maar zoals ik tijdens het schrijven van deze blog ontdekte, zegt een generatie vooral iets over wanneer iemand geboren is. Veel minder over de wereld waarin iemand opgroeit.

Wat we doorgeven zonder het te weten, intergenerationeel trauma tussen Suriname en Nederland

Mijn grootouders kwamen uit India. Mijn ouders groeiden op in Suriname. Ik leef tussen twee werelden en probeer te begrijpen wat er onderweg is doorgegeven. Wat we vaak ons gedrag noemen, is zelden alleen van onszelf. Het is gevormd door wat we hebben gezien, gevoeld en meegekregen. Soms zonder woorden. Zonder uitleg. In deze blog neem ik je mee in mijn zoektocht naar wat er onder gedrag ligt. In mijn familie. In relaties. En in hoe ik kijk als moeder en als ondernemer.

Intergenerationeel trauma tussen Suriname en Nederland. Wat we doorgeven zonder het te weten
Er zijn verhalen die niet in woorden worden doorgegeven, maar in gedrag. In stiltes. In hoe we reageren. In hoe we liefhebben of juist afstand houden. Intergenerationeel trauma gaat niet alleen over wat iemand heeft meegemaakt, maar over wat daarvan onbewust wordt doorgegeven, van generatie op generatie. Tussen Suriname en Nederland krijgt dat een extra laag.

Twee werelden, één geschiedenis

De relatie tussen Suriname en Nederland is historisch beladen. Kolonialisme, slavernij, contractarbeid en migratie hebben diepe sporen nagelaten. Veel Surinaamse families dragen verhalen van verlies, aanpassing en overleving met zich mee, ook als die nooit echt zijn uitgesproken. Toen velen rond de onafhankelijkheid naar Nederland vertrokken, namen ze meer mee dan koffers. Hun geschiedenis. Hun overtuigingen. Hun manieren om te overleven. Maar overleven is niet hetzelfde als verwerken.

Waar begint een verhaal eigenlijk?

Soms realiseer ik me dat dit verhaal niet bij Suriname en Nederland begint. Mijn grootouders kwamen uit India. Ook zij droegen hun geschiedenis met zich mee. Van vertrek, van verlies, van opnieuw moeten beginnen. Wat zij niet konden verwerken, werd niet benoemd. Maar het verdween niet. Het vond zijn weg. Via mijn ouders. Naar mij.

Wat niet werd uitgesproken

In mijn familielijn zie ik ook iets anders terug. Iets wat minder zichtbaar is, maar wel voelbaar aanwezig. De positie van vrouwen. Het aanpassen. Het dragen. Het stilhouden van wat pijn doet. Er was niet altijd ruimte voor veiligheid of gelijkwaardigheid. Soms was er ongelijkheid. Soms ook hardheid. Niet alles werd benoemd. Maar ook dat wordt doorgegeven.

Waarom dit mij zo bezighoudt
Misschien boeit dit onderwerp mij daarom zo. Omdat ik probeer te begrijpen waarom we doen wat we doen. Waarom patronen zich herhalen, zelfs als we ze niet willen. Wat van mij is en wat ik heb meegekregen. En waar het begint. Bij mij? Bij mijn ouders? Of misschien al daarvoor.

De stilte die wordt doorgegeven
In veel Surinaamse en migrantengezinnen wordt niet makkelijk gesproken over pijn. Er is een cultuur van doorgaan. Sterk zijn. Zinnen als:
“Niet huilen.”
“Niet alles hoeft gezegd te worden.”
“Praat niet te veel.”
lijken goed bedoeld, maar laten weinig ruimte voor wat eronder ligt. Wat niet gevoeld wordt, verdwijnt niet. Het verschuift.

Wat is intergenerationeel trauma?

Intergenerationeel trauma betekent dat ervaringen van eerdere generaties doorwerken in het heden.
Niet alleen via verhalen, maar juist via gedrag, overtuigingen en gevoelens. Wat niet is verwerkt, verdwijnt niet. Het wordt, vaak onbewust, doorgegeven.

Tussen twee werelden

Opgroeien tussen Suriname en Nederland betekent vaak bewegen tussen twee werkelijkheden. De ene wereld waarin familie, loyaliteit en samen horen centraal staan. De andere waarin zelfstandigheid en jezelf uitspreken belangrijk zijn. Dat kan spanning geven. Tussen wie je bent en wie je denkt te moeten zijn.

Hoe het zichtbaar wordt

Intergenerationeel trauma is niet altijd zichtbaar als “trauma”. Het zit in kleine dingen:
• moeite met grenzen stellen
• het gevoel dat je nooit helemaal goed genoeg bent
• jezelf wegcijferen voor de ander
• controle willen houden of juist vermijden
• relaties waarin liefde en pijn door elkaar lopen

Het zijn geen bewuste keuzes. Het zijn vaak oude manieren om veilig te blijven.

Ondernemerschap als spiegel

Ik merk dat ik hier ook zo naar kijk in mijn ondernemerschap. Ik werk met mensen uit verschillende culturen en achtergronden. Wat iemand laat zien op de werkvloer, is vaak maar een klein deel van wat eronder ligt. Gedrag zie ik niet meer als alleen ‘lastig’ of ‘onprofessioneel’, maar als iets dat ergens vandaan komt. Iemand die zich terugtrekt. Iemand die controle houdt. Iemand die moeite heeft met verantwoordelijkheid. Er zit bijna altijd een verhaal achter. Dat betekent niet dat alles kan. Maar wel dat ik anders kijk. Met meer context. Meer geduld. En tegelijkertijd met duidelijkere grenzen. Misschien is dat voor mij leiderschap geworden: begrijpen, met duidelijke grenzen.

Van overleven naar leven
De generatie voor ons heeft geleerd te overleven. Onze generatie krijgt de kans om te voelen, te begrijpen en te kiezen. Niet om het verleden te veroordelen. Maar om het niet onbewust te blijven herhalen. Want naast pijn is er ook iets anders doorgegeven: kracht, veerkracht en doorzettingsvermogen.

Tot slot

Misschien is dat wat deze reis mij leert, als mens, als moeder en als ondernemer: Begrijpen betekent niet dat je alles accepteert. Maar het helpt je wel om bewuster te kiezen hoe je wilt reageren. En misschien ook dit: Mensen worden niet slecht geboren, pijn verplaatst zich.
En precies daar ligt de mogelijkheid om iets nieuws te laten ontstaan. Misschien is dat wat deze reis mij leert, als mens, als moeder en als ondernemer: Begrijpen betekent niet dat je alles accepteert. Maar het helpt je wel om bewuster te kiezen hoe je wilt reageren.

Mijn verhaal begon niet bij mij.

Diaspora Suriname

Over verbinding, verwachtingen en de realiteit

De laatste jaren merk ik dat gesprekken over de Surinaamse diaspora steeds vaker opduiken. Op sociale media, tijdens gesprekken in het hotel, bij etentjes en borrels, en soms zelfs in de taxi. Steeds weer komt dezelfde vraag terug: wat kan de diaspora eigenlijk betekenen voor Suriname?

Het is een onderwerp dat aan beide kanten van de oceaan leeft. Veel Surinamers wonen in Nederland en vooral rond de viering van vijftig jaar onafhankelijkheid werd opnieuw stilgestaan bij hoeveel mensen destijds zijn vertrokken. Die geschiedenis is nog altijd voelbaar, zeker binnen families waarin de ene helft in Suriname woont en de andere al jaren in Nederland leeft. Afstand heeft die verbondenheid niet weggenomen.

Wat mij persoonlijk raakte in dit jubileumjaar, was de manier waarop Suriname wereldwijd aandacht kreeg. Vijftig jaar onafhankelijkheid in 2025 bracht momenten van trots en ontroering. De Surinaamse vlag als symbool op de UNESCO Qutub Minar in New Delhi bezorgde mij kippenvel. En dan was er dat magazine uit Bonn, gemaakt door Duitse gasten die bij ons in het hotel verbleven. Ze stuurden het later per e-mail toe. Een klein gebaar maar het voelde als een cadeautje.

Zulke momenten laten zien hoe Suriname, groot of klein, indruk maakt op mensen overal ter wereld. Tegelijkertijd blijft de meest terugkerende en soms ook gevoeligste vraag die over de diaspora zelf: over betrokkenheid, verwachtingen en de manier waarop die twee zich tot elkaar verhouden.

Een stroom Nederlanders naar Suriname
Wat mij opviel, was hoeveel Nederlanders naar Suriname zijn gekomen voor de viering van de onafhankelijkheid. Niet alleen Surinaamse Nederlanders, maar ook mensen die Suriname nog nooit eerder hadden bezocht. Dat raakte me. Het zegt iets over verbondenheid, over nieuwsgierigheid, en over het besef dat de gedeelde geschiedenis tussen Suriname en Nederland niet zomaar verdwijnt.

Voor veel mensen lijkt er een gevoel van band te bestaan tussen wat soms wordt gezien als “moederland” en “vaderland”. Zelfs wanneer Suriname geen deel is geweest van hun eigen leven. En juist daar ontstaat een interessante vraag: wat betekent die verbondenheid eigenlijk, en hoe krijgt die vorm?

Een lezing die meer losmaakte dan verwacht
Ik was uitgenodigd voor een lezing van Marcel La Rose in de bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit. De avond ging over twee grote thema’s: de zogenoemde renteniersparadox en klimaatverandering.

Dat klinkt misschien zwaar, en dat is het onderwerp ergens ook. Tegelijk werd het op een manier gebracht die uitnodigde om na te denken. De renteniersparadox gaat er in essentie over dat landen die sterk afhankelijk worden van één belangrijke inkomstenbron, zoals olie, daar op de lange termijn ook kwetsbaar door kunnen worden. Met de recente olievondsten bevindt Suriname zich precies in dat spanningsveld.

Ook klimaatverandering kwam uitgebreid aan bod. Niet als iets abstracts, maar als iets wat hier al merkbaar is. We zien hoe de zee langzaam dichterbij komt, hoe regenpatronen veranderen, hoe het warmer wordt en hoe de natuur zich aanpast. Het zijn ontwikkelingen die niet ver weg zijn, maar onderdeel van het dagelijks leven.

Maar tijdens deze lezing gebeurde er iets bijzonders. Het gesprek verschoof onverwacht naar de diaspora. Dat was eigenlijk heel begrijpelijk. Het publiek was opvallend divers: Surinamers en Nederlanders, mensen uit de diaspora, studenten, professionals en zelfs enkele politici. Juist die mix van achtergronden en ervaringen maakte dat iedereen het onderwerp vanuit een andere invalshoek benaderde. Bijna vanzelf ontstond de vraag hoe al deze groepen, in het bijzonder de diaspora, op een betekenisvolle manier kunnen bijdragen aan Suriname.

Iemand in de zaal merkte op dat wie vanuit het buitenland terugkeert naar Suriname, misschien eerst de tijd moet nemen om opnieuw te landen en mee te draaien, in plaats van direct een leidinggevende rol te willen vervullen. Een ander stelde een vraag die zichtbaar bleef hangen: hoe kunnen mensen uit de diaspora betrokken zijn, zonder dat het voelt alsof zij komen uitleggen wat er moet gebeuren?

Op dat moment viel voor mij iets op z’n plek. Deze drie thema’s, de renteniersparadox, klimaatverandering en de diaspora, blijken nauw met elkaar verbonden. Ze raken allemaal aan vragen over zelfstandigheid en afhankelijkheid, over keuzes maken, verantwoordelijkheid nemen en vooral: samenwerken.

Als je echt wilt bijdragen, moet je er zijn
Ik merk dat dit onderwerp mij raakt, omdat het voortkomt uit mijn eigen leven tussen Nederland en Suriname. Voor mij betekent iets willen bijdragen aan Suriname dat je er ook werkelijk bent. Niet alleen als bezoeker, en niet vanaf een afstand met meningen, maar aanwezig in het dagelijks leven. Tussen de mensen, in het ritme van het land, in wat zich elke dag aandient.

Wat ik regelmatig zie, is dat mensen vanuit Nederland naar Suriname komen met verwachtingen die gevormd zijn door hoe het leven en werken in Nederland is ingericht. Maar Suriname ís Nederland niet. Het ligt in Zuid-Amerika en kent zijn eigen dynamiek, tempo en realiteit. Dat vraagt soms om opnieuw beginnen, om loslaten, en om het bijstellen van verwachtingen.

Wanneer je komt met vaste ideeën over inkomen, tempo of zekerheid, kan dat het lastig maken om echt aansluiting te vinden. Juist door ruimte te laten, te luisteren en mee te bewegen, ontstaat er verbinding en groeit het begrip. En misschien is dat wel de basis van werkelijk iets kunnen betekenen.

Mijn ouders vertrokken in 1974 van Suriname naar Nederland en bouwden stap voor stap een nieuw leven op. Ze pasten zich aan, leerden het tempo kennen, de cultuur en de regels. Dat is wat je doet wanneer je je ergens vestigt: je beweegt mee met het ritme van het land waarin je leeft.

In Suriname werkt dat niet anders. Wie hier komt wonen, of terugkeert, zal eerst aansluiting zoeken bij hoe het land leeft en werkt. Vanuit die verbinding ontstaat ruimte om werkelijk iets bij te dragen. Suriname heeft veel aan mensen die kennis en ervaring meebrengen uit Nederland, België, Duitsland, Noorwegen, Amerika of andere landen. Die bagage kan waardevol zijn, juist wanneer ze wordt ingebracht met begrip voor de lokale context.

Dat begrip groeit niet op afstand. Niet via sociale media, niet door luisteren of lezen alleen, en ook niet door het uitwisselen van meningen. Het ontstaat door aanwezig te zijn. Door te kijken, te luisteren, mee te doen en het dagelijks leven te ervaren.

Ik zeg vaak: misschien is de Nederlandse taal wel het enige wat Nederland en Suriname écht met elkaar verbindt. En zelfs die taal klinkt en voelt hier soms net even anders.

Waarom de gesprekken soms schuren
Dat gesprekken hierover soms spanning oproepen, heeft vaak te maken met verschillende verwachtingen en ervaringen. Veel mensen uit de diaspora voelen een sterke betrokkenheid bij Suriname. Ze denken vanuit de wens om iets bij te dragen, nemen kennis en ervaring mee die ze elders hebben opgedaan en voelen zich nog steeds verbonden met het land.

Tegelijkertijd kijken mensen die in Suriname wonen vanuit hun eigen dagelijkse realiteit. Zij ervaren hoe systemen hier werken, weten hoeveel inzet en doorzettingsvermogen er al jaren wordt gevraagd en voelen soms dat vergelijkingen met Nederland voorbijgaan aan die werkelijkheid.
Waar de één spreekt vanuit betrokkenheid en idealen, spreekt de ander vanuit geleefde ervaring. Juist daar kan het schuren: niet omdat de intenties botsen, maar omdat de uitgangspunten verschillen.

Misschien ontstaat er meer ruimte wanneer beide kanten eerst luisteren, voordat ze willen uitleggen. Want onder die verschillen ligt vaak hetzelfde verlangen: dat Suriname zich op een goede, eigen manier kan blijven ontwikkelen.
Beide kanten hebben hun waarheid. En daar zit geen schuldvraag in. Het is gewoon een verschil in ervaringen.

Wat betekent ‘bijdragen’ nu écht?
Bijdragen betekent niet automatisch geld sturen of bij voorbeeld een stichting oprichten. Het betekent ook niet dat je komt uitleggen wat anders of beter moet. In de kern gaat bijdragen over iets veel eenvoudigers en tegelijk iets veel uitdagenders.
Het gaat over aanwezig zijn. Over luisteren. Over meedoen. Over respect hebben voor de lokale cultuur en bereid zijn mee te bewegen met hoe het leven en werken in Suriname vorm krijgen.

Suriname is een land vol kansen én uitdagingen. Maar de mensen die hier wonen, werken elke dag al aan oplossingen, vaak onder omstandigheden die van buitenaf niet altijd zichtbaar zijn. De vraag is dan ook niet óf de diaspora iets kan betekenen, maar hoe je kunt aansluiten zonder eroverheen te stappen.
Misschien begint dat met komen. Al is het maar voor een periode van oriëntatie. Met het loslaten van verwachtingen, zeker die rondom inkomen, functies of status. Met opnieuw leren kijken naar de cultuur en erkennen dat Suriname geen verlengstuk is van Nederland.

Kennis en ervaring kunnen waardevol zijn, zolang ze worden ingebracht met bescheidenheid. Niet boven anderen, maar naast hen. Door eerst te luisteren en pas daarna te spreken. Door samen te werken in plaats van afzonderlijk.
Zo bekeken is bijdragen geen groot gebaar, maar een houding. Eenvoudig in woorden, complex in de praktijk. Misschien juist daarom zo wezenlijk.

Tot slot
De Surinaamse diaspora is groot, betrokken, creatief en vol ambitie. Dat zijn kwaliteiten die van grote waarde kunnen zijn voor Suriname, mits ze op een manier worden ingebracht die recht doet aan de werkelijkheid hier. Suriname heeft geen redders nodig. Wat het nodig heeft, zijn meebouwers: mensen die bereid zijn met beide benen in de Surinaamse realiteit te staan.

Uiteindelijk gaat het misschien hierom: diaspora en Suriname zijn geen gescheiden werelden. Ze vormen samen één doorlopend verhaal. Een verhaal dat verder kan groeien wanneer beide kanten elkaar benaderen met openheid, respect en de bereidheid om samen op te trekken.

Beeld: AI-generatie

Leven in het Zeeheldenkwartier: Een Glimp van Culturele Mix in Nederland

In veel van mijn verhalen neem ik je mee naar Suriname, het land dat me altijd blijft inspireren. Maar mijn leven speelt zich ook voor een groot deel af in Nederland. Die mix van culturen en ervaringen vormt de kern van mijn verhalen.

In het Zeeheldenkwartier lijkt het Nederlands langzaam uit te sterven. Terwijl ik hier zit op de Prins Hendrikstraat tegen het terrasgevel van lunch café Dignita, hoor ik om me heen allerlei talen, behalve mijn eigen moedertaal. Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Oost Bloks – je zou bijna denken dat ik per ongeluk op vakantie ben gegaan zonder mijn koffer. Zelfs de menukaarten zijn niet meer in het Nederlands. Ik bestel een macha latte, oatmilk. 

Naast me zitten twee vriendinnen. Ons afstand is niet meer dan een meter op het bankje. Ik kan niet anders dan meeluisteren, want ze praten Engels alsof ze in een film zitten. Eén van hen heeft duidelijk relatieproblemen. De ander gooit er een troostende zin uit: ‘I am really proud that you are working on yourself.’ Ze klinken niet bepaald als zussen, want die zouden waarschijnlijk gewoon zeggen: ‘Just relax and act normal.’ Maar goed, misschien is dat ook de moderne manier van communiceren. Met net wat meer afstand en zonder bekvechten. Kunnen we nog wat leren van deze jonge buitenlanders?

Eerder op de dag was ik in de Action om lijstjes te kopen voor de foto’s die ik gekregen heb van de moeders van de kleinkinderen. Ja, ook ik moet mijn oma-verplichtingen nakomen. Blokker had te weinig keuze en de fotospeciaalzaak was te duur. Ik realiseerde me in die winkels niet wat ik me nu wel realiseer. Ik ben de oudste op het terras waar ik nu zit. Overal om me heen zie ik millennials – ja, die vermaledijde millennials die alles lijken te hebben. Ze bestellen dure koffies zonder te knipperen en bestellen nog een tweede zonder naar de prijzen te kijken. Ze lijken allemaal een goed inkomen te hebben en weinig zorgen. Dat was in mijn tijd wel anders.

Toen ik hun leeftijd had, was het leven toch net een tikje minder… luxe. Geen dure koffies of brunches. We waren al blij met een tosti van wit brood en een kop oploskoffie. Maar ja, tijden veranderen, en blijkbaar ook de bankrekeningen van de jeugd. Ze lijken het leven moeiteloos door te gaan, zonder zorgen over rekeningen of de toekomst. Dat kon ik op hun leeftijd wel vergeten. 

Terwijl ik dit verhaal schrijf zie ik aan de overkant een stel voorbijlopen. Ze zien eruit alsof ze net terug zijn van een zes maanden lange retraite op een tropisch eiland. Hun huid is diep gebruind door de zon. Ondanks hun duidelijk blonde oorsprong, hebben ze besloten dat dreadlocks perfect passen bij hun nieuwe levensstijl. Zij heeft enkele subtiele dreadlocks die nonchalant over haar schouders vallen. Hij gaat een stap verder – zijn dreadlocks zijn samengebonden tot iets dat balanceert tussen een tulband en een kunstwerk. Hij heeft hier serieus werk van gemaakt. Zijn oversized gewaad dat tot aan zijn knieën komt, lijkt alsof hij zojuist een spirituele ceremonie heeft verlaten en de aardse kledingvoorschriften hem niet meer aangaan. Maar het beste gedeelte? Zijn blote benen steken eronderuit, alsof hij halverwege heeft besloten dat broeken een overbodige luxe zijn voor iemand die zo in contact staat met zijn innerlijke zelf. Zij loopt zelfverzekerd voorop, als een koningin die de weg wijst. Het hele tafereel zou zo uit een alternatieve modecatalogus kunnen komen, een die je wellicht vindt in een boetiekje dat ‘bewuste kleding’ en ‘holistische levensstijlen’ adverteert. Is dit nou het nieuwe straatbeeld van het Zeeheldenkwartier? Of is dit een tijdelijke fase, een modeflirt die straks weer voorbij waait? Wie zal het zeggen.

Terwijl de voorgevels van de gebouwen in met name de winkelstraten van de Zeeheldenkwartier hartstikke nostalgisch blijven, heb ik de wijk zien transformeren naar gourmetparadijzen. Oude winkels zijn vervangen door een overvloed aan cafés, restaurants en eet- en drinkgelegenheden. De levendige sfeer van vroeger heeft plaatsgemaakt voor een trendy uitstraling die je bijna zou kunnen noemen ‘culinaire hipsterhemel.’ Niks mis mee, zou je denken. Behalve dan als je probeert te herinneren waar je ook alweer die goede oude patatzaak had staan…

Jaren geleden voorspelde mijn dochter al dat dit de nieuwe Amsterdam zou worden. Destijds nam ik haar woorden met een korreltje zout, maar nu zie ik haar gelijk. 

En toch, terwijl ik hier zit, kan ik er eigenlijk wel om lachen. Ik ben blij dat ik de tijd kan nemen om gewoon te zitten en te kijken naar de wereld om me heen, die verandert zonder dat ik er veel invloed op heb. Het Zeeheldenkwartier mag dan veranderd zijn, en ik mag misschien de enige hier zijn die nog in het Nederlands denkt, maar hé, ik ben hier nog steeds. En dat is ook wat waard. 

De Wildeman

Ik sta op de Ringweg-Noord in Paramaribo, vastgekluisterd aan een eindeloze rij auto’s van wel 30 meter. Terwijl ik wacht op het groene licht (dat blijkbaar op vakantie is), besluit ik mijn telefoon te pakken en een filmpje te maken van een man die een kokosboom opklimt. Ach ja, tijdverdrijf in de jungle van het stadsverkeer.

Dit doet me denken aan de wildeman. Weet je wel, die mythische figuur die de ongetemde krachten van de natuur symboliseert. In westerse landen is hij al lang met pensioen, waarschijnlijk ergens in een hutje op de hei. Maar hier in Paramaribo? Hier is hij nog springlevend!

Toch weet ik dat zijn dagen geteld zijn. De modernisering kruipt langzaam maar zeker dichterbij, met al zijn glanzende gadgets en blinkende auto’s. Over enkele jaren is de wildeman waarschijnlijk ook hier verdwenen, vervangen door een hipster die zijn koffie met havermelk drinkt en alles in de cloud opslaat. Inmiddels behoor ik tot de categorie vintage hipster.

Dus terwijl ik wacht, en wacht, en nog meer wacht, glimlach ik bij de gedachte aan de wildeman. Zolang hij er nog is, blijft Paramaribo een beetje wilder dan de rest van de wereld. En daar hou ik van, naast mijn leven in Nederland met alle strakke planning en regels.

Vrouwelijk Ondernemerschap in Suriname

Vrouwelijk Ondernemerschap in Suriname
In 2011, toen ik nog de leiding had over Cosy Home Suriname, werden er diverse handelsmissies, bijeenkomsten en informatieavonden georganiseerd om Surinaamse-Nederlanders bekent te maken met de zakelijke mogelijkheden in Suriname. Zelfs tijdens de regeerperiode van Desi Bouterse.
Deze initiatieven hadden als doel om de banden tussen beide landen nog meer te versterken en het bedrijfsleven te stimuleren.

In 2016 vond er opnieuw een handelsmissie plaats, maar deze keer was het gericht op vrouwelijke ondernemers. Naast Cosy Home Suriname had ik een jaar eerder hotel Holland Lodge Paramaribo opgericht, waardoor mijn betrokkenheid met de lokale gemeenschap nog meer werd versterkt.

De Handelsmissie van 2016
De herinnering aan die specifieke middag in 2016 staat me nog steeds helder voor de geest. Het begon met een druppel zweet die langzaam van mijn voorhoofd naar mijn oog gleed, terwijl een kleine touringcar voor de hoofdingang van het hotel stopte. Het was kort voor één uur in de middag toen vijftien dames, gekleed in prachtige zomerjurken, één voor één uit de bus stapten. Hun haar, in alle mogelijke stijlen van kort en gladgestreken tot lang en krullend, gaf een uitstraling alsof ze rechtstreeks uit de Douglas naar het tropische regenwoud waren gereisd.
Ondanks dat ze een uur te vroeg waren, nam ik mijn rol als gastvrouw uiterst serieus.

De ontspannen en comfortabele sfeer in het hotel zorgde ervoor dat de dames zich snel op hun gemak voelden. Ze streken neer op de banken in de lobby of namen plaats op de stoelen met hun benen over elkaar geslagen. Het personeel werkte snel om de snacks en drankjes te bereiden en te serveren, vastbesloten om van de middag een succes te maken. Ondanks de onverwachte vroege aankomst van de delegatie.

Spreken voor een Publiek
Als deel van de gemiddelde groep van 50% die lijdt aan glossofobie, voelde ik die middag de druk om te spreken voor een groep vrouwen. Ik herinnerde me de cursus ‘spreken in het openbaar’ waarin ik had geleerd dat alleen ik mijn krakende stem hoorde en niet mijn luisteraars. Dit gaf me de moed om door te gaan. Ik vertelde kort iets over mezelf: dat ik getrouwd ben, moeder van drie kinderen en bonusmoeder van nog eens drie kinderen. Ook vertelde ik over mijn bedrijven en mijn passie voor ondernemen, waarbij mijn enthousiasme onverwachts leidde tot langere monologen.

De vrouwen luisterden geïnteresseerd en stelden veel vragen. Ze waren er immers om te onderzoeken wat ondernemen in Suriname hen zou kunnen brengen. Eén vraag bleef me altijd bij: “Waar loop je als ondernemer tegenaan in Suriname?”

De Uitdagingen van Ondernemerschap in Suriname
Ik antwoordde dat er een enorm doorzettingsvermogen nodig is om kwaliteit en continuïteit te handhaven in een land met beperkte importlogistiek en een gebrekkige productie- en arbeidsmoraal. Dit is een uitdaging waar veel ondernemers mee worstelen. Daarnaast legde ik uit dat mijn rol als vrouwelijke ondernemer nog steeds een relatief onbekend begrip is in een land waar de man de boventoon voert. Vrouwelijk ondernemerschap blijft een strijd die nog steeds wordt gedomineerd door traditionele opvattingen: mannen zijn de leiders, vrouwen koken lekker.

Gendergelijkheid in Suriname
In Nederland is de strijd voor gendergelijkheid, respect en waardering voor vrouwen al meer dan 100 jaar aan de gang. In Suriname begonnen vrouwen pas na de onafhankelijkheid in 1975 meer rechten en mogelijkheden te krijgen. Bovendien heeft Suriname diverse etnische groepen zoals Afro-Surinamers, Hindoestanen, Javanen, inheemsen en anderen. Ieder groep heeft zo zijn eigen tradities en normen met betrekking tot genderrollen, wat duidelijk merkbaar is in de samenleving.

Impact van de Handelsmissie
Mijn rol als gastvrouw was niet alleen om de vrouwen te verwelkomen, maar ook om hen te inspireren en te informeren over de realiteiten van het ondernemen in Suriname. Ik probeerde mijn eigen ervaringen, zowel de successen als de uitdagingen, met hen te delen. Het was bemoedigend om te zien hoe hun interesse en enthousiasme groeiden naarmate de middag vorderde.

Verandering en Vooruitgang
Hoewel de vraag over de obstakels voor het ondernemen in Suriname mij altijd zal bijblijven, zie ik de wil van Surinaamse vrouwen om een bedrijf op te zetten en hun dromen te verwezenlijken in verschillende sectoren zoals horeca, detailhandel en de dienstensector. De uitdagingen van logistiek en arbeidsmoraal blijven aanwezig.
Deze vrouwen brengen niet alleen nieuwe ideeën en energie in het bedrijfsleven, maar ze dienen ook als rolmodellen voor de volgende generatie. Dit geeft hoop en versterkt de overtuiging dat verandering mogelijk is, zelfs in een samenleving waar traditionele gender rollen nog steeds sterk aanwezig zijn.
Ik heb me wel altijd afgevraagd of de ontmoeting na het vertrek van de delegatie daadwerkelijk heeft geresulteerd in nieuwe vrouwelijke ondernemers uit Nederland.

De Weg naar Gendergelijkheid
De beweging naar meer gendergelijkheid en vrouwelijk ondernemerschap in Suriname is nog lang niet voltooid. De stappen zijn gezet en zijn bemoedigend. Vrouwelijk ondernemerschap in Suriname, hoewel nog steeds in ontwikkeling, begint te groeien met meer vrouwen die hun weg vinden naar de zakenwereld, gedreven door een verlangen naar onafhankelijkheid en zelfontplooiing.

Reflecties op het Ondernemerschap
In de jaren dat ik nu in Suriname onderneem zie ik vele aspecten van het Surinaamse ondernemerslandschap. Reflecterend op deze ervaring, realiseer ik me dat de strijd voor gendergelijkheid en de bevordering van vrouwelijk ondernemerschap niet alleen belangrijk zijn voor de economische groei, maar ook voor de bredere maatschappelijke ontwikkeling. Vrouwen kunnen de kracht zijn die het land vooruithelpt.

Hoop voor de Toekomst
Ik heb geleerd dat verandering tijd kost. Ik blijf hoopvol dat de volgende generatie, met moedige jonge vrouwen aan het roer, de weg verder banen voor een meer inclusieve en rechtvaardige samenleving in Suriname.

Conclusie
Vrouwelijk ondernemerschap in Suriname is moed, doorzettingsvermogen en hoop. Het is een verhaal dat geschreven wordt, en ik ben dankbaar dat ik deel uitmaak van deze voortdurende reis. De toekomst is veelbelovend, en met elke nieuwe vrouwelijke ondernemer die opstaat, komen we een stap dichter bij een gelijkwaardige en rechtvaardige samenleving. Niet alleen in Suriname maar in alle delen van de wereld.

Waarom het beter met Suriname gaat dan men denkt

Het positieve verhaal van Suriname: Meer dan men denkt

In de gesprekken met een vriend, die zelf nog nooit een voet in Suriname heeft gezet, wordt vaak gesproken over armoede, een wankelende economie en een politiek bestel dat volgens hem op zijn zachtst gezegd niet deugt. Maar is dat wel echt de realiteit? Als we ons enkel laten leiden door wat de media ons vertellen, kunnen we inderdaad tot die conclusie komen.

Echter, ik geef hem graag 6 redenen waarom het eigenlijk beter gaat met Suriname dan veel mensen denken:

  1. Overvloedige vruchtbaarheid: Een Surinaamse vriendin van me verwoordt het treffend: “Als je in Suriname honger hebt, ben je te lui om te eten.” Het land is buitengewoon vruchtbaar, en het is verrassend eenvoudig om zelfvoorzienend te zijn. Stop een vinger in de grond en je krijgt een hand terug.
  2. Benzineprijzen: De prijs voor een liter benzine mag dan wel Srd 25 (€ 0,90) zijn, maar dat lijkt de Surinamer niet te deren. Ondanks de relatief hoge prijzen, blijven auto’s een statussymbool en houden de files de stad gevuld met auto’s.
  3. Economische veerkracht: Het straatbeeld in Suriname transformeert snel, met een opkomst van nieuwe ondernemingen en investeringen die bijdragen aan de groei van de economie. Ondanks economische uitdagingen blijft Suriname floreren, met nieuwe bedrijven en investeringen die de groei voeden.
  4. Toerisme: Suriname is in opkomst als toeristische bestemming, met een groeiend aantal bezoekers dat de schoonheid van het land ontdekt. Nieuwe accommodaties en voorzieningen worden gebouwd om aan de groeiende vraag te voldoen, wat Surinamers een nieuw toekomstperspectief biedt.
  5. Olie-ontdekking: De recente ontdekking van olie voor de kust van Suriname brengt nieuwe kansen met zich mee, hoewel er discussie is over de eerlijke verdeling van deze rijkdom onder de bevolking. Dit opent de deur naar een veelbelovende toekomst voor het land.
  6. Veerkrachtige houding: Ondanks politieke strubbelingen blijven veel Surinamers veerkrachtig, wat betekent dat ze in staat zijn om met tegenslagen om te gaan en positief te blijven, zelfs in moeilijke tijden. In de praktijk zie ik deze veerkracht terug in mijn eigen bedrijf, waar ondanks uitdagingen een wil om te groeien en te bloeien overheerst.

Kortom, ondanks de moeilijkheden en uitdagingen waar Suriname voor staat, zijn er tal van redenen om hoopvol te zijn over de toekomst van het land.